Boekgegevens
Titel: Do you speak English? (Spreekt gij Engelsch?) of De nuttigste en noodzakelijkste Engelsch-Nederduitsche gesprekken en zegswijzen
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Amsterdam: gebr. Binger, 1857
2e, herz. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 3423
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200544
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Engels, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Do you speak English? (Spreekt gij Engelsch?) of De nuttigste en noodzakelijkste Engelsch-Nederduitsche gesprekken en zegswijzen
Vorige scan Volgende scanScanned page
«5
A tower.
A river.
A bridge.
A market.
A street.
Newspapr:*.
Painting.
Oil-painting.
A dwelling-bouse.
A furnished room
The roof.
The windows.
The door.
The key.
The kitchen.
The cellar.
The staircaac.
A room.
A cabinet.
A parlour.
'I'iie mirror.
A chest of drnwers.
A bed.
The glass.
The soaj).
The brush.
A plate.
A knife.
A bottle.
A fork.
A spoon.
A towel.
A napkin.
' Een toren,
i Eene rivier.
. Eene brng.
; Eene markt,
t Eene straat.
Nieuwsblad, courant. ^
Schilderij.
Schilderstuk in olieverf.
Een woonhuis.
Eene gestoffeerde kamei-
Het dak.
De vensters.
De deur.
De sleutel.
De keuken.
De kelder.
De trap.
Een vertrek.
Een kamertje, kabinel.
Een woonvertrek.
De spiegel.
Eene kommode, latafel
Een bed.
Het glas.
De zeep.
De schuijer, borstel.
Een bord.
Een mes.
Eene flesch.
Eene vork.
Een lepel.
Een handdoek.
Een servet.
H