Boekgegevens
Titel: Do you speak English? (Spreekt gij Engelsch?) of De nuttigste en noodzakelijkste Engelsch-Nederduitsche gesprekken en zegswijzen
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Amsterdam: gebr. Binger, 1857
2e, herz. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 3423
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200544
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Engels, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Do you speak English? (Spreekt gij Engelsch?) of De nuttigste en noodzakelijkste Engelsch-Nederduitsche gesprekken en zegswijzen
Vorige scan Volgende scanScanned page
94
Stockings.
Shoes.
Boots.
Slippers.
Gloves.
A shirt.
The handkerchief.
The snuff-box.
The watch.
The stick.
Cigars.
The seal.
The town, city.
The capital.
The gates.
The town-hall.
The theatre.
The post-office.
The mint.
The coffee-house.
An hotel.
The custom-house.
The tavern.
The exhange.
The bank.
The court of justice.
The prison.
A vault.
A bookseller's shop.
An apothecary's shop.
An ale-house.
A church.
Kousen.
Schoenen.
Laarzen.
Pantotfels, muilen.
Handschoenen.
Een hemd.
De zakdoek.
De snuifdoos.
Het zakhorolgie.
De stok.
Sigaren.
Het zegel, cachet.
De stad.
De hoofdstad.
De stadspoorten.
Het raadhuis, stadhuis.
De schouwburg.
Het postkantoor.
De munt.
Het koffijhuis.
Een logement.
Het tolhuis, kantoor van iu-
en uitgaande regten.
De herberg.
De beurs.
De bank.
Het geregtshof.
De gevangenis.
Een gewelf, eene kluis.
Een boekwinkel.
Een apothekerswinkel.
Een bierhuis.
Eene kerk.