Boekgegevens
Titel: Do you speak English? (Spreekt gij Engelsch?) of De nuttigste en noodzakelijkste Engelsch-Nederduitsche gesprekken en zegswijzen
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Amsterdam: gebr. Binger, 1857
2e, herz. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 3423
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200544
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Engels, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Do you speak English? (Spreekt gij Engelsch?) of De nuttigste en noodzakelijkste Engelsch-Nederduitsche gesprekken en zegswijzen
Vorige scan Volgende scanScanned page
80
Christmas,
The Eve.
Advent.
The morning.
The forenoon.
Mid-day, noon.
Afternoon.
The evening.
The twilight, dawn,
Night.
Midnight.
The aurora.
The break of day.
The sun-rise.
Sun-set.
Leap-year.
God.
The Creator.
The Saviour.
Providence.
Nature.
Heaven.
The stars.
The sun.
The moon.
The world.
The earth.
The air.
The water.
The lire.
The light.
A cloud.
Kersmis.
Kersnacht.
De advent.
De morgen.
De voormiddag.
De middag.
De namiddag, achtermiddag.
De avond.
De schemering, het vallen van
den avond.
De nacht.
Middernacht.
Het morgenrood.
Het aanbreken van den dag.
Het opgaan der zon.
Zonsondergang.
Schrikiceljaar.
God.
De Schepper.
De Verlosser.
De Voorzienigheid.
De natuur.
De hemel.
De sterren.
De zon.
De maan.
De wereld.
De aarde.
De- lucht.
Het water.
Het vuur.
Het licht.
Eene wolk.