Boekgegevens
Titel: Do you speak English? (Spreekt gij Engelsch?) of De nuttigste en noodzakelijkste Engelsch-Nederduitsche gesprekken en zegswijzen
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Amsterdam: gebr. Binger, 1857
2e, herz. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 3423
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200544
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Engels, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Do you speak English? (Spreekt gij Engelsch?) of De nuttigste en noodzakelijkste Engelsch-Nederduitsche gesprekken en zegswijzen
Vorige scan Volgende scanScanned page
78
Triple, threefold.
Quadruple, fourfold.
Drievoud.
Viervoud.
One sort. Eenerlei,
Two sorts, etc. Tweederlei, enz.
Double the length. De dubbele lengte.
Double the width. De dubbele wijdte of breedte.
Double the size. Dc dubbele grootte.
Double the quantity. De dubbele hoeveelheid.
Time and its divisions. De tijd en zijne verdcellng.
A century. Eene eeuw.
A year. Een jaar.
Half a year. Een half jaar.
A quarter of a year. Een vierendeel jaars.
A month. Eene maand.
A week. Eene week.
A day. Een dag.
An hour. Een uur.
Half an hour. Een half uur.
A quarter of an hour. Een kwartier uurs.
A minute. Eene minuut.
A second. Eene sekoude.
The seasons. De jaargetijden.
Spring. De lente.
Summer. Dc zomer.
Autumn. De herfst.
Winter. De winter.
January. Januarij.
February. Februarij.
March. Maart.
April. April.
May, Mei.
June. Junij.