Boekgegevens
Titel: Do you speak English? (Spreekt gij Engelsch?) of De nuttigste en noodzakelijkste Engelsch-Nederduitsche gesprekken en zegswijzen
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Amsterdam: gebr. Binger, 1857
2e, herz. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 3423
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200544
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Engels, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Do you speak English? (Spreekt gij Engelsch?) of De nuttigste en noodzakelijkste Engelsch-Nederduitsche gesprekken en zegswijzen
Vorige scan Volgende scanScanned page
63
I think not, sir.
But I am bleeding.
Shall I trim your whiskers, sir?
Yes, a very little.
Shall I cut your hair now, sir?
If you have finished shaving me.
Will you have it cut short?
Do not cut off much, but let it
be short behind.
Your scissors are very blunt.
Do you wish to have your hair
curled ?
Not at all, it spoils the hair and
makes it white.
But it is very fashionable.
Will you look in the glass and
tell me if I have cut your
hair as you wish ?
It will do very well.
Will you have any oil upon it?
If it has no scent, I have no
objection.
1 have not any without scent.
How much have I to pay?
Eighteen pence, or ninety cents,
sir.
That is very dear; sixty cents
are quite sufficient.
Dat geloof ik niet, mijnheer.
Maar ik bloed.
Zal ik uwe bakkebaarden kor-
ten, mijnheer?
Ja, een weinigje.
Zal ik mijnheer nu het haar snijden?
Als gij met scheren gedaan hebt.
Wil mijnheer het kort gesneden
hebben ?
Snijd er niet veel af, maar in
den nek moet het kort wezen.
Uwe schaar is zeer stomp.
Wenscht mijnheer het haar ge-
brand te hebben?
Volstrekt niet, het bederft het
haar en maakt het wit.
Maar het is mode.
Belieft het u in den spiegel tezien,
en mij te zeggen, of ik u het haar
naar uwen smaak gesneden heb?
Het is zoo zeer goed.
Wil mijnheer een weinig olie er
op hebben?
Als ze zonder reuk is, heb ik
er niets tegen.
Zonder reuk heb ik ze niet.
Hoeveel ben ik in uwe schuld?
Achttien stuivers (of negentig
centen), mijnheer!
Dat is zeer duur, met zestig
centen is het goed betaald.
With an optician. Met eenen gezigtiiiindige.
1 am in want of an eye-glass. Ik heb een oogglas noodig.