Boekgegevens
Titel: Do you speak English? (Spreekt gij Engelsch?) of De nuttigste en noodzakelijkste Engelsch-Nederduitsche gesprekken en zegswijzen
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Amsterdam: gebr. Binger, 1857
2e, herz. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 3423
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200544
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Engels, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Do you speak English? (Spreekt gij Engelsch?) of De nuttigste en noodzakelijkste Engelsch-Nederduitsche gesprekken en zegswijzen
Vorige scan Volgende scanScanned page
12
How high do you wish your j Hoe hoog verkiest gij den
trowscrs? I pantalon?
Not too high, about so high.
It is the fashion to wear them
high.
Yes, but I do not like it.
They shall be made exactly
as you wish.
Have you any stuff for them?
No; you must supply the
stuff'.
Of what colour must it be,
sir?
I prefer a dark brown or a dark
blue.
I want them all by next Friday.
You may depend upon my not
disappointing you, sir.
Remember, that if you disappoint
me, I shall never employ you
again.
roiitiiiiiatioii
Have you brought my clothes?
Yes, sir, here they are.
You are a man of your word;
but I began to be impatient.
It is only nine o'clock sir, and
I had a hard struggle to get
them finished.
Niet te hoog, zoo hoog om-
trent.
Het is smaak, om hem hoog te
dragen.
Ja, maar ik houd er niet van.
Het zal gemaakt worden zoo
als mijnheer het verkiest.
Hebt gij het goed er voor?
Neen; gij moet het er bij
geven.
Van welke kleur moet het zijn ?
Ik had gaarne donkerbruin of
donkerblaauw.
Ik moet alles aanstaanden Vrij.
dag gereed hebben.
Ik zal u niet verlegen laten,
mijnheer! gij kunt er op re-
kenen.
Onthoud wel: zoo gij uw woord
niet houdt, geef ik u nimmer
weer iets te doen.
Vervolg.
Brengt gij mijne kleedereu?
Ja, mijnheer! hier zijn ze.
Gij zijt een man van uw woord;
evenwel begon ik reeds onge-
dvüdig te worden.
Het is pas negen uur, en ik had
hard werk om alles af te
krijgen