Boekgegevens
Titel: Do you speak English? (Spreekt gij Engelsch?) of De nuttigste en noodzakelijkste Engelsch-Nederduitsche gesprekken en zegswijzen
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Amsterdam: gebr. Binger, 1857
2e, herz. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 3423
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200544
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Engels, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Do you speak English? (Spreekt gij Engelsch?) of De nuttigste en noodzakelijkste Engelsch-Nederduitsche gesprekken en zegswijzen
Vorige scan Volgende scanScanned page
12
Will you measure me for a
dress-coat?
How will you have it made,
sir?
Make it in the present fashion.
Of what colour shall I make
it, sir?
Here is the stuff, you will
find enough to make me a
complete suit.
I have not sufficient for a
whole suit, sir.
You must make it suffice, I
cannot get any more of the
same colour.
Then the trowsers must be made
rather narrow.
In what way will you have
the waistcoat and trowsers
made, sir ?
In the present fashion, but
the trowsers must not be too
short.
Do not make the waistcoat
very low.
What sort of buttons will yon
have, sir?
I like metal buttons on the
waistcoat, figured buttons on
the coat.
When do you require them to
be sent home, sir ?
I must have them by next
Friday.
Wilt gij mij de maat tot een'
gekleeden rok nemen ?
Hoe wil mijnheer hem gemaakt
hebben ?
Maak hem zoo als het thans
smaak is.
Welke kleur verlangt mijnheer?
Hier is het laken al, dat zal
wel tot een geheel pak ge-
noeg zijn.
Tot een geheel pak heb ik niet
genoeg.
Gij moet het er mee doen,
want ik kan van deze kleur
niets meer bekomen.
De pantalon zal dan vrij naauw
moeten worden.
Hoe verkiest mijnheer het vest
en den pantalon te hebben.
Naar den tegenwoordigen smaak,
maar de pantalon moet niet
te kort wezen.
Maak het vest niet te laag
(te lang).
Welke knoopen verkiest mijn-
heer?
Aan het vest moeten metalen
knoopen, maar zetaandenrok
gewerkte.
I Tegen wanneer verlangt mijn-
; heer het te hebben?
' Ik moet het aanstaanden Vrij-
! dag hebben.