Boekgegevens
Titel: Do you speak English? (Spreekt gij Engelsch?) of De nuttigste en noodzakelijkste Engelsch-Nederduitsche gesprekken en zegswijzen
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Amsterdam: gebr. Binger, 1857
2e, herz. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 3423
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200544
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Engels, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Do you speak English? (Spreekt gij Engelsch?) of De nuttigste en noodzakelijkste Engelsch-Nederduitsche gesprekken en zegswijzen
Vorige scan Volgende scanScanned page
12
There is a very unpleasant smell
in this room.
You must show me another bed-
room. One at the back of the
house, where I shall be quiet.
Iwant also a room for my ser-
vant, to be close to me.
If yon will^ave the third floor
I can accommodate you.
1 have no objection Iheu, if there
be no person above me.
Can you give me a feather-bed
instead of this mattress?
I want two pillows.
These sheets do not appear to
be clean.
I think they have been already
used.
They are perfectly clean, sir,
and were put on this evening.
Let my bed be warmed by eleven
o'clock, and bring me some
warm water, for my feet, at
the same time.
The fire does not burn, bring
me a pair of bellows.
I must have a night-lamp.
Shall I order the maid to call
you to-morrow, sir?
No, I do not wish to be call-
ed.
Er is eene onaangename lucht
in dit vertrek.
tjij moet mij een ander vertrek
aanwijzen. Eene achterkamer,
waar ik stilte heb.
Ik moet ook voor mijnen be-
diende eene kamer naast de
mijne hebben.
Als mijnheer met de derde ver-
dieping genoegen neemt, dan
kan ik u er mede dienen.
Als ik niemand boven mij heb,
dan heb ik er niets tegen.
Kunt gij mij, in plaats van deze
matras, een veerenbed geven.
Ik moettweehoofdkussenshebben.
Deze beddelakeus schijnen niet
schoon te zijn.
Ik geloof, dat ze reeds in ge-
bruik zijn geweest.
Zij zijn heel schoon, mijnheer,
en zijn dezen avond opgelegd.
Laat mijn bed tegen elf uur
warmen, en breng mij tevens
wat warm water voor mijne
voeten.
Het vuur brandt niet, breng
mij een' blaasbalg.
Ik moet eene nachtlamp hebben.
Zal ik de meid zeggen, dat ze
mijnheer morgen vroeg wek-
ke?
Neen, ik wensch niet gewekt
te worden.
Saig