Boekgegevens
Titel: Do you speak English? (Spreekt gij Engelsch?) of De nuttigste en noodzakelijkste Engelsch-Nederduitsche gesprekken en zegswijzen
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Amsterdam: gebr. Binger, 1857
2e, herz. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 3423
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200544
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Engels, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Do you speak English? (Spreekt gij Engelsch?) of De nuttigste en noodzakelijkste Engelsch-Nederduitsche gesprekken en zegswijzen
Vorige scan Volgende scanScanned page
I know nothing.
"What have you done?
Answer me.
Help me.
Come back quickly.
"Will you go with mer
Whither will you go?
I am weary.
Be seated!
There is Miss Miller
wants to sec you.
I beg for a piece of
applepie.
God is every-where.
The blessing comcs
from above.
Fine weather to-day.
Very fine indeed, sir.
Whither do you go?
Supper is ready.
Homeward.
Snuff the candles.
lu truth, it is, I would
it were otherwise.
What o'clock is it?
It is nine o'clock.
He will be in London
by Wednesday.
Y noo nathing.
What hew joc donn?
Aanser mi.
Help mi.
Komm bek kwikli.
Wil joe goh with mi?
Wither wil joe goo ?
Y cm weeri.
Bi sieted!
There is mis Miller
wands toe sie joe.
Y beg for e* pies of
eppclpai'.
God is ewri-wheer.
Th' blessing koms
from ebaf.
Fein wether toedee.
Werri fein indied,
szer.
W^eszer doc joc goo?
Sopper is reddi.
Hoomwaurd.
Snoff the kandls.
In troth, it is, ay
woM it w'er add-
er ways.
W'had o' klok is it?
It is nein o' klok.
Hie will hie in Lond'n
bei Wensdeh.
Ik weet niets.
Wat hebt gij gedaan ^
uitgevoerd ?
Antwoord mij.
Help mij.
Kom weldra terug.
Wilt gij met mij mc-
degaaan ?
Waarheen wilt gij gaan?
Ik ben moede.
Ga zitten!
Jufvrouw Miller wil
u spreken.
Mag ik een stuk ap-
peltaart ?
God is overal.
Dc zegen komt van
boven.
Mooi weer van daag?
Heerlijk weer, inder-
daad mijnheer.
Waarheen gaat gij?
Het avondeten staat
gereed.
Naar huis. ,
Snuit de kaarsen.
In waarheid, het is
zoo, ik zou willen
dat het anders ware.
Hoe laat is het?
Het is negen uur.
Hij zal AVoensdag te
Londen zijn.