Boekgegevens
Titel: Do you speak English? (Spreekt gij Engelsch?) of De nuttigste en noodzakelijkste Engelsch-Nederduitsche gesprekken en zegswijzen
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Amsterdam: gebr. Binger, 1857
2e, herz. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 3423
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200544
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Engels, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Do you speak English? (Spreekt gij Engelsch?) of De nuttigste en noodzakelijkste Engelsch-Nederduitsche gesprekken en zegswijzen
Vorige scan Volgende scanScanned page
122
What is the price of — ?
Can you oblige rae with —?
Of what service is that?
Whither are you goiug?
How long shall you be gone?
When do you return?
Why do you not go to—?
Have you ever seen — ?
Will you come with me?
What shall we do ?
What course shall we take?
What would you do in this
case?
What do you say to it?
Would it not be better?
Where did you buy this?
Where do you live?
Is it far from my house ?
Is it half a mile?
How long do you stay ?
When do you return?
Have you any news ?
Have you seen Mr — ?
Have you been to — ?
Tiino.
What is the time?
What o'clock is it?
Half past nine.
A quarter to ten.
Ten minutes to ten.
Seven minutes past teu^
A quarter past eleven.
Wat is dc prijs van — ?
Wilt gij mij vcrpligten door — ?
Waartoe dient dat?
Waar gaat gij heen?
Hoe lang zult gij uitblijven?
Wanneer komt gij terug?
Warrom gaat gij niet naar — ?
Hebt gij ooit gezien—?
Zult gij met mij medekomcn?
Wat zullen wij doen?
Welken weg zullen wij nemen?
Wat zoudt gij in dit geval
doen ?
Wat zegt gij er op?
Zou het niet beter wezen ?
Waar hebt gij dit gekocht?
Waar woont gij?
Is het ver van mijn huis?
Is het eene halve mijl?
Hoe lang znlt gij vertoeven ?
Wanneer vertrekt gij?
Hebt gij eenig nieuws?
Hebt gij mijnheer—gezien?
Zij t gij naar — geweest ?
De tijd.
Hoe laat is het?
Hoe staat de klok?
Half tien.
Een kwartier voor tienen.
Tien minuten voor tienen.
Zeven minuten over tienen.
Een kwartier over elven.