Boekgegevens
Titel: Do you speak English? (Spreekt gij Engelsch?) of De nuttigste en noodzakelijkste Engelsch-Nederduitsche gesprekken en zegswijzen
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Amsterdam: gebr. Binger, 1857
2e, herz. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 3423
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200544
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Engels, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Do you speak English? (Spreekt gij Engelsch?) of De nuttigste en noodzakelijkste Engelsch-Nederduitsche gesprekken en zegswijzen
Vorige scan Volgende scanScanned page
109
How shall we spend the eveniug? ,
'Tis entirely indifferent to me.
Had I known before that you •
were to come, 1 should have or- ,
dered a diliner to be got ready. I
There will be enough for me yet. !
Let us drink a glass of wine.
I have the honour to drink your
health.
Hold your tongue!
I am in a very bad humor.
Is he in a good humor?
I am quite charmed with it.
That I am glad of.
Speak softly.
With whom do you speak ?
Whom do you talk to?
Of what are you discoursing?
Do you speak to me ?
Do you speak French?
I speak a little.
I won't hear any thing of it.
The thing speaks of itself.
Excellent! Admirable!
It is astonishing (surprising).
T am quite astouished.
It is a very singular thing.
What joy!
An unexpected fortune.
How happy J am!
Do not tease me
Yon put me out of patience.
Iloe zullen wij den avond door-
brengen ?
Dat is mij geheel onverschillig.
Had ik vooraf geweten, dat gij zoudt
komen, dan had ik gezorgd een
middagmaal gereed te hebben.
Er zal voor mij nog wel genoeg
wezen.
Laat ons een glas wijn drinken.
Ik heb de eer op uw welzijn te
drinken.
Zwijg! Houd den mond!
Ik ben in eene zeer kwade luim.
Is hij in goede luim?
Ik ben zeer in mijn' schik er mede.
Dat verheugt mij.
Spreek zacht.
Met wien spreekt gij?
Tegen wien spreekt gij ?
Waarover spreekt gij ?
Spreekt gij tot mij?
Spreekt gij Fransch?
Ik spreek het een weinig.
Ik wil er niets van hooren.
Die zaak spreekt van zelve.
Uitmuntend! Voortreffelijk!
Het is verbazend (verwonderlijk.)
Ik sta geheel verbaasd.
I Het is eene vreemde, zonder-
linge zaak,
I Welk eene vreugde!
! Een onverwacht geluk.
! Wat ben ik gelukkig!
Plaag mij niet.
Gij ontneemt mij het geduld.
10