Boekgegevens
Titel: Do you speak English? (Spreekt gij Engelsch?) of De nuttigste en noodzakelijkste Engelsch-Nederduitsche gesprekken en zegswijzen
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Amsterdam: gebr. Binger, 1857
2e, herz. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 3423
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200544
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Engels, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Do you speak English? (Spreekt gij Engelsch?) of De nuttigste en noodzakelijkste Engelsch-Nederduitsche gesprekken en zegswijzen
Vorige scan Volgende scanScanned page
107
That is not true.
There is nobody.
Nobody says it.
I am doing nothing.
J say nothing.
1 say no.
He will have nothing.
We asic nothing.
For which shall I resolve?
Would it not be better to go ?
What would you do in my place ?
We must consider it.
What does it signify?
What do you mean by it?
'J'hc more 1 reflect, the more
I perceive to be wrong.
I shall go home.
I am at home.
Do not walk so quick.
Vou are quite out of breath.
I cannot follow you.
Walk a little slower.
I shall go with you.
Please to walk before.
Approach. Come nearer.
Do not stir.
Walk up stairs.
We will go down.
Come soon again.
Turn to the right or left hand.
Take care I
Make haste!
Begin! Continue!
! Dat is niet waar, onwaar.
I Daar is niemand.
] Dat zegt niemand.
I Tk doe niets.
Ik zeg niets.
Ik zeg neen.
Hij wil niets.
Wij vragen, verlangen niets.
Waartoe zal ik besluiten?
Zou het niet beter zijn heen tc gaan?
Wat zoudt gij in mijne plaats doen?
Wij moeten het overleggen.
Wat beduidt het?
Wat meent gij daarmede?
Hoe meer ik cr over nadenk, hoe
meer ik inzie dat ik onregt heb.
Ik zal naar huis gaan.
Ik ben te liuis.
Loop uiet zoo gaauw.
Gij zijt geheel buiten adem.
Ik kan u niet volgen (bijhouden.)
Loop wat langzamer.
Ik zal met u medegaan.
Ga vooruit, als het u belieft.
Kom (treed) nader.
Wijk niet van de plaats.
Ga den trap op; ga naar boven.
Wij zullen naar beneden gaan.
Kom spoedig weerom.
Sla regts of links om.
Pas op! Neem u in acht!
Haast u!
Begin! Ga voort! Vervolg!