Boekgegevens
Titel: Do you speak English? (Spreekt gij Engelsch?) of De nuttigste en noodzakelijkste Engelsch-Nederduitsche gesprekken en zegswijzen
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Amsterdam: gebr. Binger, 1857
2e, herz. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 3423
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200544
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Engels, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Do you speak English? (Spreekt gij Engelsch?) of De nuttigste en noodzakelijkste Engelsch-Nederduitsche gesprekken en zegswijzen
Vorige scan Volgende scanScanned page
106
Every one will tell you so.
The whole world knows it.
It is time to set off.
The carriage is come.
I have not heard.
I did not understand.
It will not (won't) do.
It is quite impossible.
1 am very sorry, I cannot do it.
1 am sorry to deny this favour.
It docs not depend upon me.
It is none of my concerns.
It does not concern me.
What's that to mc?
Be not vexed at it.
liow do you do, Sir ?
Very well. Sir !
I am a little indisposed.
I am glad to see you in good
health,
I take the liberty of recom-
mending myself to you. :
1 take my leave most devotedly. :
Your most obedient servant. j
I shall let it alone.
Good bye! Adieu I
Assure him of my best wishes ;
and friendship. !
j
It is true.
It is a lie.
It is a calumny. '
Een ieder zal het u zeggen.
De gcheele wereld weet het.
Het is tijd om af tc reizen.
Het rijtuig is voor.
Ik heb uiet gehoord.
Ik heb niet begrepen, uiet ver-
staan.
Het gaat niet. Het is ondoenlijk.
Het is volstrekt onmogelijk.
Het dcet mij zeer leed, maar
ik kan het niet doen.
Het doet mij leed, deze gunst
van de hand te moeten wijzen.
Het hangt van mij niet af.
Het gaat mij niet aau.
Het raakt mij niet.
Wat raakt dit mij?
Maak er u niet driftig om.
Hoe vaart gij, mijnheer?
Zeer wel, mijnheer!
Ik ben een weinig ongesteld.
Het verheugt mij, u welvarende
te zien.
Ik neem de vrijheid, mij bij u
aan (e bevelen.
Ik ben uw onderdanige dienaar.
Uw zeer gehoorzame dienaar.
Ik zal het laten blijven.
Vaarwel!
Geef hem de verzekering mij-
ner vriendschap en mijnen
besten wcnsch.
Het is waar.
Het is eene logen.
Het is lastertaal.