Boekgegevens
Titel: Do you speak English? (Spreekt gij Engelsch?) of De nuttigste en noodzakelijkste Engelsch-Nederduitsche gesprekken en zegswijzen
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Amsterdam: gebr. Binger, 1857
2e, herz. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 3423
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200544
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Engels, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Do you speak English? (Spreekt gij Engelsch?) of De nuttigste en noodzakelijkste Engelsch-Nederduitsche gesprekken en zegswijzen
Vorige scan Volgende scanScanned page
102
Venice.
Vienna.
Warsaw.
Some l^xprcssloiis
used In familiar
Discourse.
Please to tell me.
If you please.
Just as you please.
Permit mc to observe.
With your permission.
Eicusc me for interrupting you.
I have to request a favour of you.
You would oblige mc greatly.
I am very much obliged to you.
Pray, Sir, toll me your opinion.
It is not long ago that I began
to learn the English language.
You will improve in the Eng-
lish language by keeping up
a correspondence in it.
The weather is fine.
It is bad, rainy, stormy weather.
The day dawns.
It is very agreeable weather.
That is true.
I believe so.
I say yes.
Venetië.
Weenen.
Warschau.
Eenige gebruikelijke
Spreekwijzen inde
Zamenleving.
Heb de goedheid mij tc zeggen.
Als het u belieft.
Geheel naar uw welgevallen.
Veroorloof mij aan tc merken.
Met uw verlof.
Neem mij niet kwalijk, dat ik u
stoor (in de rede val).
Ik heb u een verzoek te doen.
Gij zoudt mij zeer verpligten.
Ik ben u ten hoogste verpligt.
Zeg mij, als ik u bidden mag,
uwe meenine, uw gevoelen.
Het is nog niet lang, geleden,
dat ik begonnen ben de en-
gelsche taal tc leeren.
Gij zult vorderingen in dc en-
gelschc taal maken, zoo gij eene
briefwisseling er in onderhoudt.
Het is mooi weer.
Het is slecht, regenachtig, storm-
achtig weer.
Dc dag breekt aan.
Het is alleraangenaamst weer.
Dat is waar.
Ik geloof het.
Ik zeg ja.