Boekgegevens
Titel: Do you speak English? (Spreekt gij Engelsch?) of De nuttigste en noodzakelijkste Engelsch-Nederduitsche gesprekken en zegswijzen
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Amsterdam: gebr. Binger, 1857
2e, herz. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 3423
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200544
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Engels, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Do you speak English? (Spreekt gij Engelsch?) of De nuttigste en noodzakelijkste Engelsch-Nederduitsche gesprekken en zegswijzen
Vorige scan Volgende scanScanned page
Oefeningen in de Uitspraak van licl Ungeiseli.
Eiigelsch. ITitspraak. IVederdaitsGli.
One. Wan. Ecu, eene.
Two. Toe. Twee,
Three. Thrie i). Drie,
The first. Th' ferst. Dc eerste.
The sccond. Th* szekkend. Dc tweede.
The third. Th' therd. De derde.
The fourth. Th' foorth. De vierde.
Ouce, Wansz. Eenmaal.
Twice. Tweisz. Tweemaal.
Where. Whe'r. Waar.
There. The'r. Daar.
Whence. Whensz. Van waar.
Whither. Wither. Waarheen.
Below. Biloh. Beneden, omlaag.
Last week. Lahst wiek. Vorige week.
Sometimes, Szumteims. Somwijlen,
Certainly. Szurtenlie. Zekerlijk.
The tailor. Th' tehler. Dc kleermaker.
The dairy-maid. Th' dehrie mehd. De melkboerin, melk-
meid.
The lock-smith. Th' lock szmith. Dc slotenmaker.
The chimney- Th' dsjimneh De schoorsteenveger.
sweeper. szwieper 2),
The journey-man. Th' jorne man 3). De ambachtsman.
The family. TV femili. Het gezin.
The relations. TV reledajens. Dc bloedverwanten.
The cousin. Th' koszen. * Dc neef, nicht.
The aunt. Th' ahnt. Dc tante.
1) Dc klank der ih wordt tc voorscluin gebragt door middel van lispen
of sissen, naardien men de punt der tong tegen het scherpe der voorste
boventanden heeft gelegd.
2; Do ch wordt nagenoeg als in hot fransclx uitgesproken, doch eenig-
zlns harder aangelegd.
3) De 3 wordt uitgesproken als in het franscU.
. 1