Boekgegevens
Titel: Do you speak English? (Spreekt gij Engelsch?) of De nuttigste en noodzakelijkste Engelsch-Nederduitsche gesprekken en zegswijzen
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Amsterdam: gebr. Binger, 1857
2e, herz. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 3423
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200544
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Engels, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Do you speak English? (Spreekt gij Engelsch?) of De nuttigste en noodzakelijkste Engelsch-Nederduitsche gesprekken en zegswijzen
Vorige scan Volgende scanScanned page
96
or commerce.
A banker.
A merchant.
A wholesale-dealer.
A retailer.
A partner.
A factor; an agent.
A changer.
A broker.
A stock-broker.
A cashier.
A clerk.
The buyer.
The seller.
The debtor.
The creditor.
The course of exchange.
A letter of advice.
A bill of exchange.
The draft.
The remittance.
The acceptance.
The endorsement.
The expiration (maturity).
The protest.
The payment.
A receipt.
An obligation.
The quittance.
A letter of credit.
To pay an account,
Haiidol.
Een bankier.
Een koopman.
Een grossier.
Een winkelier.
Een vennoivt, compagnon.
Een zaakwaarnemer, commis-
sionuair.
Een wisselaar.
Een makelaar.
Een effektenmakelaar.
Een kassier.
Een boekhouder, kantoorbe-
diende, klerk.
De kooper.
De verkooper.
De schuldenaar.
De schuldeischer.
i De wisselkoers.
I Een advijsbrief.
1 Een wissel, wisselbrief,
j De tratte, traite.
De remise.
De acceptatie.
Het endossement.
De vervaltijd.
Het protest.
Dc betaling.
Een bewijs van ontvangst.
Eene schuldbekentenis, obli-
gatie.
De kwitantie.
Een kredietbrief.
Eene rekening voldoen, betalen.