Boekgegevens
Titel: Do you speak English? (Spreekt gij Engelsch?) of De nuttigste en noodzakelijkste Engelsch-Nederduitsche gesprekken en zegswijzen
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Amsterdam: gebr. Binger, 1857
2e, herz. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 3423
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200544
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Engels, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Do you speak English? (Spreekt gij Engelsch?) of De nuttigste en noodzakelijkste Engelsch-Nederduitsche gesprekken en zegswijzen
Vorige scan Volgende scanScanned page
A train of goodi.
A train.
The mail-coach.
The mail-cart.
The stage-waggon.
The station.
A waggon.
A coach.
A box.
A trunk.
A port-manteau.
The passport.
The country.
Memory.
Reason.
Prudence.
Wisdom.
Stupidity.
TiOve,
Hatred.
Fear.
Hope.
Joy.
Wish.
Friendship.
Enmity.
Tranquillity.
Sleep.
A dream.
Ecu goederentrein.
Een wagentrein.
De diligeuce.
Het postkarretje.
De postwagen, tot goederen-
vervoer.
Het station, de haltplaats.
Een vrachtwagen.
Eene koets.
Eene kist.
Een koffer.
Een reiszak, valies.
De pas.
De landstreek.
Het geheugen.
Het verstand, de rede.
De voorzigtigheid, omzigtig-
heid.
De wijsheid.
De domheid.
De liefde.
De haat.
De vrees.
De hoop.
De vreugde.
De wensch.
De vriendschap.
De vijandschap,
De rust.
De slaap.
Een droom.