Boekgegevens
Titel: Do you speak English? (Spreekt gij Engelsch?) of De nuttigste en noodzakelijkste Engelsch-Nederduitsche gesprekken en zegswijzen
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Amsterdam: gebr. Binger, 1857
2e, herz. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 3423
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200544
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Engels, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Do you speak English? (Spreekt gij Engelsch?) of De nuttigste en noodzakelijkste Engelsch-Nederduitsche gesprekken en zegswijzen
Vorige scan Volgende scanScanned page
92
An island. ,
A port.
The shore.
The coast.
The waves.
A storm.
The beach.
A boat.
A steam-boat.
A merchant-vessel,
A transport.
The sails.
The keel.
The deck.
The rudder.
The rigging.
The cabin.
The flag.
The anchor.
The compass.
A midshipman.
The boatswain {in de getoone nit-
spraak: Boosn).
The sailors.
A seaman.
Shipwreck.
The light-house.
The harbour.
Professions and Trades.
The antiquary.
The apothecary.
The armourer.
Een eiland.
Eene haven.
De oever, het strand.
De kust.
De baren. *
Een storm.
De zeekust.
Eene boot, een schuitje.
Eene stoomboot.
Een koopvaardijschip.
Een transportschip.
De zeilen.
De kiel.
Het verdek.
Het stuurroer.
Het touwwerk, de takclaad' r
De kajuit.
De vlag.
Het anker.
Het kompas.
Een vlaggejonker.
De bootsman.
De matrozen.
Een zeeman.
De schipbreuk.
De vuurbaak.
De haven.
Beroepen en Ainbacliten
Dc koopman in oudheden.
Du artsenijmenger, apothektJ'.
De zwaardveger.