Boekgegevens
Titel: Rekenkunstige vraagstukken en oefeningen
Deel: Derde 250-tal
Auteur: Donck, J.J.C.
Uitgave: Haarlem: de erven Loosjes, 1874
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 3378
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200532
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Rekenkunstige vraagstukken en oefeningen
Vorige scan Volgende scanScanned page
54
het dubbel van dat der tientallen. Ware het cijfer der een-
heden 1 meer dau zou het cijfer der tientallen de meetk.
middenevenredige geweest zijn der beide andere. Het ge-
durig product der cijfers is het kleinste getal, dat door
3 en gedeeld niets, maar door 7 gedeeld 3 overlaat.
Men vraagt naar die opbrengst.
249. Verdiende de Javaan, die in Tagal in de suiker-
cultuur werkt, maal zoo veel als hij werkelijk ge-
middeld verdient, dan zou deze verdienste zich verhouden
tot de verdienste van hem, die in Kadoe in de kolBe-
cültuur werkt, zooals de verdienste van den Javaan, die
in Passaroean in de kofBecultuur werkt, zich verhoudt tot
die van den Javaan, welke in Probolinga in de suikercultuur
bezig is. De daggelden hier bedoeld in centen uitgedrukt,
zijn getallen, welker gedurig product 34776 bedraagt.
Indien de som der beide eerstgenoemde daggelden 54.5
cent minder bedraagt dan de som der beide andere, en
het eerstgenoemde daggeld 8,5 cent meer is dan het tweede,
vraagt men de bedoelde daggelden te bepalen.
250. De zee maakt tussehen het Wester- en Ooster-
kwartier van de residentie Batavia een inham, die den
vorm heeft, ten naastenbij, van een cirkelsegment, welks
koorde een lengte heeft van 34 K. M. en welks boog
maal die lengte heeft. Onderscheiden kleine eilanden,
als Onrust, Leiden, Enkhuizen en Alkmaar liggen in die
baai. Het laatstgenoemde eiland deelt door zijne ligging
de koorde middendoor en is p. m. 15 K.M. van de kust
verwijderd. Op gezag van Tromp, den hoofdingenieur van
den Waterstaat te Batavia, neemt Java's noordkust jaar-
lijks gemiddeld 23 Rijnl. voeten toe. Men vraagt naar
aanleiding dezer gegevens te bepalen:
1". hoeveel tijd er noodig is eer de aanslibbing Alk-
maar bereikt heeft;
2°. hoeveel gronds uit de binnenlanden moet verplaatst
worden om de baai, die een afwisselende diepte heeft
van 4 tot 12 vademen (wij nemen de gemiddelde
diepte van 7 vademen) te vullen tot een vadem boven
den waterspiegel?