Boekgegevens
Titel: Rekenkunstige vraagstukken en oefeningen
Deel: Derde 250-tal
Auteur: Donck, J.J.C.
Uitgave: Haarlem: de erven Loosjes, 1874
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 3378
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200532
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Rekenkunstige vraagstukken en oefeningen
Vorige scan Volgende scanScanned page
53
245. Als 1 gulden in de spaarbank gebracht, na verloop
van 1 jaar wordt.....ƒ 1.04
2 jaren „ .....„ 1.082
3 „ „ .....„ 1125
4 „ „ .....„ 117
5 „ „ ...... 1-217
wil men weten over hoeveel geld iemand te beschikken
heeft, die jaarlijks ƒ200 in die bank brengt, en daarmede
7 jaren volhoudt?
246. In de dalvlakte van Ambarawa, een vulkanische
inzinking, verhief zich in 1838 bij Salatiga in een veen-
achtig gedeelte, een kegelvormige massa van 1000 voet
middellijn en p.m. 300 voet hoogte. De wanden dezer
massa zijn rotsen, die in de richting van de middellijn
des kegels een dikte hebben van ongeveer 8 voeten.
Indien wij de dikte der rotswanden overal dezelfde denken,
vraagt men of bepaald kan worden uit hoeveel rots en veen
deze massa bestaat ?
247. Het hoogste punt op Java, dat men met rijtuig
bereiken kan, ligt, volgens mededeeling van prof Veth,
op den door Daendels aangelegden postweg van Buitenzorg
naar Tji-Andjoer (Preanger) en wordt in Rijnl. voeten
uitgedrukt door een getal van 4 cijfers Verdeelt men dat
getal in honderdtallen en eenheden, dan verhoudt zich
het aantal der eerste tot dat der tweede als
1 : l-l-t
Neemt men het product van deze getallen en ook in
hunne volstrekte waarde, dan leveren die producten een
verschil op, dat uitgedrukt wordt door een getal, welks
enkelv. en samengest. deelers 1285632 bedragen. Bepaal de
bedoelde hoogte.
248. De Nederlandsche schatkist genoot van 1841 tot
1863 van Java een aantal millioenen guldens, dat uit-
gedrukt wordt door een getal van 3 cijfers. Het cijfer der
eenheden is het grootste en met dat der honderdtallen