Boekgegevens
Titel: Rekenkunstige vraagstukken en oefeningen
Deel: Derde 250-tal
Auteur: Donck, J.J.C.
Uitgave: Haarlem: de erven Loosjes, 1874
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 3378
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200532
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Rekenkunstige vraagstukken en oefeningen
Vorige scan Volgende scanScanned page
51
gebruikt en 5 cents het stuk verkocht worden. Een
gedeelte van die olie wordt ä, 70 cents, het andere tegen
50 cents in den handel gebracht: te samen met de opbrengst
der koeken voor een bedrag van ƒ1136. Zoo de opbrengst
der koeken per mud % van de waarde der olie
beloopt, en de hoeveelheid der beste olie 69| "/„ der ge-
heele opbrengst bedraagt, gemiddeld h 63| cent per liter
berekend , vraagt men :
1. Hoeveel liters olie kunnen geslagen worden uit een
mud?
2. Hoeveel koeken worden gemaakt uit de overschietende
meelstof van een mud beuken ?
3. Hoeveel L. olie van 70 cent, hoeveel van 50 cent
levert een mud op?
239. Indien sommigen voor het slaan der olie (zie
vorige opgave) ƒ 1.75 per mud betalen; anderen de over-
schietende meelstof in ruil geven, en de kosten van ver-
voer der koeken 25 cents per duizendtal bedraagt, wil
men weten hoeveel schade of voordeel het geeft, of het
slaan in klinkende munt of met de meelstof wordt
betaald ?
240. In de Vereenigde Staten van Noord-Amerika telt
men onderscheidene plaatsen, die een zelfden Europeeschen
naam dragen. Telde men er één Petersburg en ook een Dresden
meer, dan kon men zeggen, dat er 9 met den naam van
Rome zijn tegen 7 van Berlijn; 14 van Berlijn tegen 11 van
Petersburg en 9 van Frankfort; 27 van Frankfort tegen 26
van Hannover; 13 van Hannover tegen 6 van van Dresden
en 8 van Bremen. Zoo nu het aantal plaatsen dat den naam
van Dresden, draagt 15 minder is dan het aantal plaatsen,
dat den naam van Hannover voert, vraagt men of het aantal
plaatsen, dat een der bovengenoemde namen draagt, kan
bepaald worden ?
Waarin onderscheidt zich dit vraagstuk van den zooge-
naamden kettingregel ?
241. Azië levert, berekent men, juist zooveel millioen