Boekgegevens
Titel: Rekenkunstige vraagstukken en oefeningen
Deel: Derde 250-tal
Auteur: Donck, J.J.C.
Uitgave: Haarlem: de erven Loosjes, 1874
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 3378
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200532
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Rekenkunstige vraagstukken en oefeningen
Vorige scan Volgende scanScanned page
49
231. Het aantal lakenwevers, zijdewevers en schoenmakers
in Canton, in volgorde minder, bedraagt samen 71000. De
getallen, die elk dezer soorten van industrieelen uitdrnkken,
hebben 1000 tot gemeenschappelijken factor, welke zoo menig-
maal op elk dier getallen begrepen is, dat het van het ver-
schil der beide eerste quotienten gelijk is aan van het
verschil der beide laatste. Bepaal hoeveel lakenwevers,
zijdewevers en schoenmakers men in Canton vindt.
232. Een der voorsteden van Canton bestaat uitsluitend
uit een bevolking, die op schepen woont. Bevolkte men elk
schip met 3 personen, dan kwam men 16000 schepen, elk
bezet met 2 personen, te kort; terwijl er nog 52000 men-
schen geplaatst zouden kunnen worden, zoo men elk schip met
4 personen bevolkte. Verdeelden wij nu ook het overige
gedeelte van Cantons bevolking over schepen, waarvan er zoo-
veel met 3 als met 4 bevolkt werden, dan zoude nog het
TïïT gedeelte van het geheele aantal schepen noodig zijn. Men
vraagt naar de bevolking van Canton en het aantal schepen
hier bedoeld
233. Volgens de teekening van Baron Melville de Carnbe
wordt de reede van Batavia begrensd
dï- door 4 rechte lijnen, welke een vier-
hoek insluiten. Zoo de bovenste lijn,
welke loopt van Rijnlands droogte tot
Neptunns droogte 3 K. M.; de lijn
BN 4.25 K. M.; AB 4.6 K. M. en
________\Q AR 4 K.M. lang is, wenscht men
.................... \t, te weten hoeveel K. M^ de reede
groot is. Men wete nog, dat, zoo
BN ^ K. M en AB 1 H M. korter ware, deze lijnen elkan-
der zouden ontmoeten in C en wel onder een rechten hoek.
234. De pikol tin op Banka gekocht, wordt gemiddeld
door het Nederlandsche gouvernement met 392^^% winst
afgezet. Indien nu in- en verkoop van een pikol op ƒ80
gerekend kan worden en Banka, dat geacht wordt jaarlijks
80000 pikol tin op te leveren, in de jaren 1851/54 jaar-
lijks een zuivere winst opleverde van ƒ4000000, vraagt
III. 3