Boekgegevens
Titel: Rekenkunstige vraagstukken en oefeningen
Deel: Derde 250-tal
Auteur: Donck, J.J.C.
Uitgave: Haarlem: de erven Loosjes, 1874
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 3378
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200532
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Rekenkunstige vraagstukken en oefeningen
Vorige scan Volgende scanScanned page
48
langer, dan zou het een inhoud hebben van 10012912 KM'
en 125161.4 KM' meer, dan het werkelijk heeft. Indien
de gemiddelde diepte tot de gemiddelde breedte staat als
1 : 10, wil men weten, wat de lengte in geogr. mijlen
en de diepte en de breedte in meters bedraagt.
227. De hoogten, waarop het Huron-, Erie-en Ontario-
meer boven den waterspiegel der zee liggen, bedraagt,
in meters uitgedrukt, samen 420. Lage het Eriemeer
45 M. lager, dan ware het zooveel lager gelegen dan het
Huron-, als het hooger zou liggen dan het Ontariomeer.
Drukt men de werkelijke en ook de gedachte hoogte
van dat meer uit in die van het Huronmeer, dan krijgt
men deelen, welke ^ verschillen. Bepaal de hoogte, waarop
genoemde meren liggen.
228. Ware het Eriekanaal 1 geogr. mijl langer en vond
men er 1 sluis (de meersluizen worden hier niet in aan-
merking genomen) minder, en men berekende den gemid-
delden afstand der sluizen in het gedachte en het werke-
lijke geval, dan zou dat een verschil geven van 182|^ M.
Kan het aantal sluizen en de lengte van het kanaal be-
paald worden, als men weet, dat de geogr. mijl op 7406
M. berekend is?
229. Het Eriekanaal werd in 1825 voltooid. Als men
nu berekend heeft, dat 1 gulden tegen 5 % samengestel-
den interest in 10 jaren /1.63 en in 20 jaren ƒ2.655
wordt, vraagt men of, zonder logarithmen of enorme be-
cijfering, bepaald kan worden, wat den aanleg van dat
beroemde kanaal gekost heeft. Gegeven is, dat die som
van de voltooiing van het kanaal tot heden (1874) over
een jaar gestegen zal zijn tot 22972821.5 dollars, zoo
ze ware uitgezet tegen 5 samengestelden interest?
230. Zoudt gij, naar aanleiding van het gegevene in
het vorige vraagstuk, tot op 10000 dollars na nauwkeurig
kunnen bepalen, wat de rente van die som zou bedragen
in eene eeuw?