Boekgegevens
Titel: Rekenkunstige vraagstukken en oefeningen
Deel: Derde 250-tal
Auteur: Donck, J.J.C.
Uitgave: Haarlem: de erven Loosjes, 1874
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 3378
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200532
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Rekenkunstige vraagstukken en oefeningen
Vorige scan Volgende scanScanned page
tot het andere gedeelte als 200 : 13. Verdeelt men het
getal in honderdtallen en eenheden, dan staan de twee
deelen in hunne volstrekte waarde tot elkander als 1490 : 1.
Kan hieruit bepaald worden, hoe lang de tunnel zal zijn ?
209. Ware in 1852 te Soerabaija 573 m.M. regen meer
gevallen, dan zou in die oorden 4maal zooveel regen ge-
vallen zijn, als in Nederland jaarlijks gemiddeld valt. In
Buitenzorg viel in dien tijd veel meer regen en gemiddeld
genomen, juist een veelvoud van de hoeveelheid, die in
Nederland valt. — De hoeveelheid regenwater op alle drie
plaatsen samen genomen, zou, zoo zij 84 m.M. minder
hoog ware, het 9voud bedragen van de hoogte, die zij bij
ons gemiddeld bereikt. Is het te bepalen hoeveel regen-
water in genoemde oorden viel in het jaar 1852?
210. In 1872 voerden Engeland en Pruisen, Pruisen
en Belgie, Belgie en Frankrijk, Frankrijk en de Vereenigde
Staten van Noord-Amerika in ons vaderland in voor een
bedrag van 3531, 3909, 1650 en 166 millioen K.G.
Indien nu de Vereenigde Staten en Engeland 1296 mill.
K.G. invoerden en Engeland's invoer met jj'^y verminderd
12maal zooveel bedraagt ais de laatstgenoemde met y'g-
vermeerderd, vraagt men naar den invoer.
211. In datzelfde jaar (zie vorige opgave) voerde Neder-
land uit naar genoemde Staten een zoodanig aantal kilo's,
dat het gedurig product der millioentallen 35507337504
beloopt. Als nu de producten dier getallen, behoorende tot
de tweetallen Staten, zooals zij in No. 210 voorkomt,
zoodanig zijn, dat die van het l^te tweetal staat tot die
van het tweede tweetal als 105 : 188; dat die van het
2de en 3<le tweetal zich verhouden als 2964 ; 49; van het
3de en 4de tweetal als 376 : 17 en van het laatste en
eerste tweetal als 7 : 120, vraagt men naar den uitvoer
naar genoemde Staten.
212. Het aantal runderen en kalveren, die in 1872 in
Nederland veraccijnsd werden, verhouden zich in honderd-