Boekgegevens
Titel: Rekenkunstige vraagstukken en oefeningen
Deel: Derde 250-tal
Auteur: Donck, J.J.C.
Uitgave: Haarlem: de erven Loosjes, 1874
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 3378
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200532
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Rekenkunstige vraagstukken en oefeningen
Vorige scan Volgende scanScanned page
41
194. De 3 koperen pasmunten in genoemd concept zijn
zoodanig, dat de som der eerste 2 het der laatste 2
het ^^^ en die der eerste en laatste yj^^ van den gulden
bedraagt. In welke verhouding staan de pasmunten tot den
gulden en tot elkander?
195. De 3 gouden standpenningen, dubbele ^vl enkele
(lucaat, zijn zoodanig, dat de eerste 6.729 gram fijn goud
moet wegen. Indien nu de waarde van deze geldstukken
15 gulden bedraagt, vraagt men wat hunne gehalte moet
zijn, die voor beiden gelijk is.
196. Indien de ducaat, zie vorige opgave, de waarde
van 5 gulden en een gehalte van 900 gram moet hebben,
wenscht men te weten, wat zijne zwaarte moet zijn.
197. Zoo de enkele ducaat een diameter zal hebben van
18 m.M. en de diameter van dezen ducaat zich verhoudt
tot die van den dubbelen ais 4 : 5, vraagt men naar de
verhouding van de dikte dier geldstukken.
198. Als de gulden 10 gram weegt en de kleinste der
gouden standpenningen, volgens de hierboven genoemde
conceptwet, 3.3645 gram, met een gehalte van 900, vraagt
men te bepalen, hoeveel de waarde gesteld is van het goud,
zoo het zilver 1 is.
199. Wat is, volgens het voorgaande vraagstuk, de
waarde van een kilogram fijn goud?
200. Zoo als vaste prijs (nominale waarde) van goud
is aangenomen ƒ 1442.6, vraagt men hoeveel volgens
de waardebepaling in de vorige opgave, de agio (het opgeld
boven de nominale waarde) van het goud is?
201. Als de gehalte van het tienguldenstuk 900 is met
1.5 duizendste speling en het gewicht bedraagt 6.729
gram, vraagt men, zoo het gehalte met de speling verhoogd
werd, hoeveel het gewicht minder kan zijn, opdat de waarde
van het bedoelde geldstuk dezelfde blijve.