Boekgegevens
Titel: Rekenkunstige vraagstukken en oefeningen
Deel: Derde 250-tal
Auteur: Donck, J.J.C.
Uitgave: Haarlem: de erven Loosjes, 1874
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 3378
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200532
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Rekenkunstige vraagstukken en oefeningen
Vorige scan Volgende scanScanned page
40
1ste klasse beelden zinnelijke voorwerpen af; die der Zde zijn
combinatiën van de l^te en drukken samengestelde begrippen
uit; die der drukken een betrekking van plaats of stand
uit; eindelijk die der ö^e klasse overdrachtige zaken. Ver-
mindert men het aantal der 1ste klasse met 8, en voegt
men bij die der Z^le 60, en bij elk der volgende klassen in
gegeven orde — 7, + 28 en + 2, dan telt de 2ie klasse
zooveel teekens meer dan de 1ste, als de 4de er minder
heeft dan de 5de; terwijl de beide eerste klassen samen 400
teekens meer bevatten dan de beide laatste. — Voegt men
het veranderde aantal teekens der 3de klasse bij dat der
2de j dan staat de som dezer klassen tot die der Iste^ als
het aantal der 5de zich verhoudt tot dat der 4de. Men
vraagt naar het aantal teekens.
189. Wat noemt men veelhoekige getallen?
190. Hoe zoekt gij de formule voor de 4-, 6- en
;z-hoekige getallen?
191. Welke wet van afhankelijkheid merkt gij op bij
de formulen van de opeenvolgende veelhoekige getallen ?
192. Als onze tegenwoordige gulden een gehalte heeft
van 0.945 en een zwaarte van 10 grammen en men wilde
bf het gehalte onveranderd laten, maar het gewicht met
5 % verminderen, bf het gewicht van 10 gram behouden,
maar daarentegen het gehalte met 5 % verminderen; zou
dit verschil geven in de gewijzigde waarde van den gulden ?
193. Volgens het (verworpen) ontwerp van wet op het
Nederlandsch muntwezen is de gulden de eenheid en gelijk in
waarde aan 0.60561 gram fijn goud. De zilveren pasmunten
bestaan uit 5 Stukken, waaronder ook den gulden. De ver-
houding der 2 grootste dezer stukken is 2 en evenzoo die
der 2 kleinste. Indien nu de waarde der eerste 2 stukken
zich verhoudt tot de laatste 2 als 20 : 1 en tot de laatste
3 als 15 ; 2, vraagt men naar de waarde der genoemde
stukken, welke samen een waarde hebben van 2.059074
gram fijn goud.