Boekgegevens
Titel: Rekenkunstige vraagstukken en oefeningen
Deel: Derde 250-tal
Auteur: Donck, J.J.C.
Uitgave: Haarlem: de erven Loosjes, 1874
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 3378
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200532
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Rekenkunstige vraagstukken en oefeningen
Vorige scan Volgende scanScanned page
38
178 .Hoeveel getallen kleiner dan m zijn onderling
ondeelbaar met n, dat uit het product der ondeelbare ge-
tallen a, è en c bestaat ?
179. Het verstuiven van de duinen tracht men te be-
letten , door ze met helm (Psammophia arenaria) te beplanten.
Deze plant, behoorende tot de familie der grassen, ver-
spreidt soms hare lange taaie wortels en talrijke draadwortels
zoover om zich heen, dat, ware de verspreiding algemeen en
cirkelvormig, zulk een plant een wortelgebied zou hebben
van 706.5 M^. Hoe lang zou zulk een wortel kunnen zijn?
180. In den regel hebben de wortels van de helmplant
bovengenoemde lengte niet. Indien de wortel van de helm-
plant, tot de gemiddeld meest ontwikkelde behoorende,
in lengte zich verhoudt tot die van de helmplant van
middelmatige ontwikkeling als 3 : 2, en hun wortelgebied
een verschil oplevert van 62.8 M^., vraagt men naar de
lengte van bedoelde wortels.
181. Indien men aanneemt, dat de Rijn gemiddeld een
stroomvermogen heeft van 3000 M'. in de seconde; dat
de Rijn op elke 100000 deelen 20 deelen vaste stofien
in zwevenden en opgelosten toestand medevoert, wenscht
men berekend te zien, in hoeveel tijd de bezinksels van
den Rijn een delta zouden kunnen vormen van 5000 H.A.,
en ter dikte van 4 M.
182. Als het stroomvermogen van den Rijn, berekend
bij hoogen waterstand, een constante ware, en zoodanig,
dat een oppervlakte van 630000 H.A. in één jaar 1 c.M.
daardoor kon opgehoogd worden (raadpleeg het vorige
vraagstuk), vraagt men hoe groot het stroomvermogen van
den Rijn is bij hoogen waterstand ?
183. Van October 1849 tot Maart 1851 was het aantal
regendagen te Buitenzorg zoodanig, dat, zoo er in dien
tijd 180 meer waren geweest, het het dubbel aantal van