Boekgegevens
Titel: Rekenkunstige vraagstukken en oefeningen
Deel: Derde 250-tal
Auteur: Donck, J.J.C.
Uitgave: Haarlem: de erven Loosjes, 1874
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 3378
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200532
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Rekenkunstige vraagstukken en oefeningen
Vorige scan Volgende scanScanned page
35
zien hoeveel kinderen in 1872 in Engeland de scholen
bezochten, hoe groot het aantal verzuimers en voor hoevelen
er plaats was.
162. In 1872 beliepen in ons vaderland de accijnsen
voor zout, geslacht en zeep de som van 6492000 gulden.
Waren de accijnsen op de artikelen en in genoemde orde
/■ 35000, ƒ 115000 en ƒ 42000 minder, dan zouden de
verschillen van de tweede machten der aldus gewijzigde
getallen zijn: van het 1ste en 2<le 343 X 10'®; van het
2de en 3ile 245 x 10»" en van het l^te en 3de 588 x 10'«.
De gewijzigde getallen hebben een gemeenschappelijken
factor 700000. Zoo zij er door gedeeld worden, zal de
som der 1ste en Ziie quotienten samen 7; die der 2<Ie en
3<le 5 en der l^te en 3''« 6 bedragen. Hoeveel bedraagt de
accijns op elk der genoemde artikelen ?
163. Des morgens om 8 u. 50 m. vertrekt een spoor-
trein van Harlingen naar Leeuwarden, welke plaatsen 26.2
K.M. van elkander liggen. Indien de locomotief eene ge-
middelde snelheid heeft van
3 X 7» Xi> 10^ X 13F X 131-2 M.
in het uur, vraagt men hoe laat de trein te Leeuwarden
aankomt, als de snelheid onveranderd gerekend wordt, en
voor elk der 3 tusschenliggende stations een verlies van
2 m. wordt aangenomen.
164. Indien de onderlinge afstanden der in het vorige
vraagstuk genoemde plaatsen zich verhouden als 95, 59,
68 en 40, vraagt men, wanneer, onder dezelfde omstan-
digheden , de trein aan de tusschenstations zal aankomen ?
165. Het Noordernet der Staatsspoorwegen, geëxploiteerd
door de Maatschappij tot exploitatie, bestaat uit de lijnen
Harlingen—Nieuweschans, Groningen—Meppel, Leeuwar-
den—Meppel, Meppel—Zutphen en Zutphen —Glanerbeek.
Het product van de lengte dezer lijnen, in K.M. benaderd,
is 83706004800. Indien nu de lengte der eerste twee lijnen
een rechthoek zouden kunnen insluiten van 2413 K.M^.;