Boekgegevens
Titel: Rekenkunstige vraagstukken en oefeningen
Deel: Derde 250-tal
Auteur: Donck, J.J.C.
Uitgave: Haarlem: de erven Loosjes, 1874
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 3378
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200532
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Rekenkunstige vraagstukken en oefeningen
Vorige scan Volgende scanScanned page
33
in M. uitgedrukt, is zoodanig, dat, als men de hoogte
der plaats met 4 vermeerdert, die der 3il® met 24 en
die der laatste met 155 vermindert, de bedoelde hoogten
de termen uitmaken eener opklimmende meetk. reeks. De
eerste der termen is een ondeelbaar getal en hun gedurig
product 73530625. Wordt de verhouding der termen zoo
eenvoudig mogelijk uitgedrukt, dan is het product dier ver-
houdingsgetallen 117649. Hoe hoog liggen de genoemde
plaatsen boven zee?
155. De hoogte boven zee, in M. uitgedrukt, op welke
Tjanjor, Bandong, de wegpas op het geb. Poegag (Cheribon),
de bergpas Batoe (Passaroean), en de Pas Koppeng (het
hoogste punt op den grooten weg naar Samarang), is zoo-
danig, dat, zoo dc l^te met 1, de 2'li! met 39, de 3<le met
136 en de laatste met 196 M. verminderd wordt, de
hoogten in gegeven orde de termen eener opklimmende
rekenk. reeks uitmaken, welker som 4280 M. bedraagt.
Indien het eerste der genoemde punten 967 M. lager ligt
dan het laatste, vraagt men naar de hoogte van elk der
genoemde punten.
156. De hoogte van Djombret (oorsprong der Progo
in Kadoe) wordt overtroilen door die van Ider-Ider (weg-
scheiding in Bezoeki) en deze weder door de hoogte van
den Tegalberg. Interpoleert men tussehen de getallen, die
de hoogte der beide eerste punten aangeven, 1175 en
tussehen de getallen, welke de hoogte der beide laatstge-
noemde aangeven, 1013 rekenk. middelevenredigen, dan
zullen de bedoelde en de geïnterpoleerde getallen de termen
uitmaken eener rekenk. reeks, welker som 5105030 is. Zoo
het 2''e punt gelijk is aan zooveel meters, als het 1206'le
onevengetal aanwijst, vraagt men naar de hoogte der beide
andere punten.
157. De hoogte, op welke het fort Willem Philipsburg
boven de oppervlakte der zee ligt, wordt overtroH'en door
die van Pic de Paradis (beide punten op St. Martin). ïel
2*