Boekgegevens
Titel: Rekenkunstige vraagstukken en oefeningen
Deel: Derde 250-tal
Auteur: Donck, J.J.C.
Uitgave: Haarlem: de erven Loosjes, 1874
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 3378
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200532
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Rekenkunstige vraagstukken en oefeningen
Vorige scan Volgende scanScanned page
22
101. Engeland liet in 1833 op aansporing van Wilber-
force, de slaven in zijne koloniën vrij tegen een scliade-
loossfelling van 10 (15 + + + 1| + -ff) enz. gulden
per persoon. Indien de som der getallen, aanwijzende het
aantal vrijgelatenen en het aantal daarvoor besteede guldens
240800000 bedraagt, vraagt men naar de verzwegen
getallen.
]02. Het aantal slaven, dat Engeland in zijne koloniën
in 1833 vrijliet, verhoudt zich tot dat, hetwelk door
Nederland in 1862 werd vrijgelaten als 20:1. Het bedrag
der schadeloosstelling, welke genoemde Staten dientengevolge
moest geven als 16:]. Als door Nederland ƒ 75 voor eiken
slaaf meer werd betaald dan door Engeland en in het geheel
door beide Staten 255 mill, gulden werd besteed, wenscht
men de aantallen slaven en de toegekende schadeloosstelling
berekend te zien.
103. In 1857 werd in Nederland bij een wet bepaald,
dat geen hooger ])ercenten mogen gevorderd worden dan 6.
Indien nu een woekeraar 12 "/„ wil hebben hoe hoog moet
dan ten zijnen bate een schuldbekentenis gesteld worden
voor een geleende som van ƒ1000, opdat hij voor den
vorm binnen de grenzen der wet blijft?
104. De eerste vloot, die Hudde en eenige andere
Amsterdamsche kooplieden uitrustten om, om de Kaap naar
de Indiën te stevenen en onder leiding van P. de Keijzer
in zee stak, bestond uit de schepen de Mauritius, de
Hollandsche Leeuw, de Amsterdam en 't Duif ken. Zij
waren bemand met een zoodanig aantal manschappen, dat
de vierkantswortel uit het cijfer der tientallen zich verhoudt
tot den vierkantswortel uit het product der honderdtallen
en eenheden als 1 : 2. Indien het getal door 5 gedeeld
3 overlaat, vraagt men naar het getal, dat de bemanning
nitdrukt?
105. Indien in het vorige vraagstuk niet ware gegeven
dat het getal door 5 gedeeld 3 overlaat; maar daaren-