Boekgegevens
Titel: Rekenkunstige vraagstukken en oefeningen
Deel: Derde 250-tal
Auteur: Donck, J.J.C.
Uitgave: Haarlem: de erven Loosjes, 1874
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 3378
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200532
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Rekenkunstige vraagstukken en oefeningen
Vorige scan Volgende scanScanned page
20
90. Indien (zie vorige opgave) in plaats van de vier-
kanten gegeven ware, dat de kuben op die maten beschreven
999 verschillen, hoe was dan het gevraagde te bepalen?
91. Het verschil van twee even kwadraten is altijd min-
stens door 8 deelbaar. Men vraagt het bewijs.
92. Ondeelbare getallen laten door 12 gedeeld ± 1 of ± 5
in de deeling over. Waarom is dat zoo ?
93. Men schat de kustlijnen van Australië, Afrika,
Europa, Azië en Amerika in gegeven volgorde op een
zoodanig aantal geogr. mijlen, dat tusschen de getallen, die
het aantal dezer mijlen uitdrukken, achtereenvolgens 14,
18, 45 en 9 rekenk. middelevenredigen kunnen geïnterpoleerd
worden. De reeks, welke er dan op die wijze ontstaat,
klimt met een verschil van 100 op en de som der termen
bedraagt 591500. Indien de kustlijn van Australië en
Amerika 9000 mijlen verschillen, vraagt men naar de
kustlijnen der genoemde werelddeelen.
94. De gemiddelde door duizende peilingen bepaalde
diepten der Noordzee, Oostzee, Adriatische zee en der zee
rondom de Sunda-eilanden, worden in meters door getallen
uitgedrukt, die met achtereenvolgende verschillen van 10,
4 en 58 opklimmen. Indien de laatstgenoemde diepte 3|
die der eerste bedraagt, vraagt men naar de gemiddelde
diepte der genoemde zeeën.
95. Kaptein Durham heeft in het zuidelijk gedeelte van
den Atlantischen Oceaan een diepte gepeild van 17000
voeten meer dan de hoogte van den hoogsten Himalaya-top
in ronde duizendtallen gedacht. Ware genoemde diepte 9000
voeten meer, dan zou op dit aantal voeten de hoogte van
den zooeven genoemden top 2 maal begrepen zijn. Indien
nu het verschil van het hoogste en laagste punt nagenoeg
overeenkomt met 5maal de hoogte van den Mont-blanc
vraagt men naar de bedoelde diepte der zee, en naar de
hoogte der bedoelde bergtoppen.