Boekgegevens
Titel: Rekenkunstige vraagstukken en oefeningen
Deel: Derde 250-tal
Auteur: Donck, J.J.C.
Uitgave: Haarlem: de erven Loosjes, 1874
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 3378
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200532
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Rekenkunstige vraagstukken en oefeningen
Vorige scan Volgende scanScanned page
19
85. De Engelsclie mijnen leverden in 1868 voor een
waarde van eeinge inillioenen guldens aan tinerts; voor
50°/,, meer aan looderts, maar voor 161 % minder aan
kopererts. De opbrengst van ijzererts was 3051 % meer
dan van liet tinerts. Indien nu de opbrengst van steenkool
8/g®.- maal zooveel bedroeg als het ijzererts en de opbrengst
van zinkerts het 15''e deel beloopt van het kopererts of
6.5 millioen minder is, vraagt men naar de opbrengst der
bedoelde mijnen.
86. In Engeland bedraagt de fabrieksbevolking zooveel
honderdduizenden als aangewezen wordt door den rang van
den term , die het eerst een geheel getal tot quotiënt geeft in
.tV' ,'f' il- vraagt naar het aantal fabrieks-
arbeiders.
87. Ilet aantal spinstoelen en dat der mechanische weef-
stoelen in Engeland (1868) was zoodanig, dat die aan-
tallen tot elkander staan als 41516 en 549. Om echter
tot die eenvoudige uitkomsten tc geraken is van het eerste
-----en van het tweede - der berekende waarde
1037900 109800
verwaarloosd. Hoe groot was het aantal spin- en weefstoelen ?
88. Van twee lengtematen, die in gelijke onderdeelen
verdeeld zijn, telt de eene 9 zulke deelen meer dan de
andere. Van de vierkanten op elk dezer maten beschreven
telt de eene 90 deelen meer dan de andere. Wat is do
verhouding tusschen deze lengte en ook tusschen deze
vlaktematen ?
89. Men heeft 2 gelijksoortige maten, die tot elkander
staan, als de woorden myria en milli aanwijzen. Indien
deze maten niet in de behoeften voorzien, tengevolge
waarvan men tusschen de twee bedoelde maten 7 andere
maten wil invoegen, zoodat het stelsel van maten daardoor
verkregen, onderling gelijke verhouding heeft, vraagt men
naar de grootte der bedoelde maten en der daaraan pas-
sende namen.