Boekgegevens
Titel: Rekenkunstige vraagstukken en oefeningen
Deel: Derde 250-tal
Auteur: Donck, J.J.C.
Uitgave: Haarlem: de erven Loosjes, 1874
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 3378
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200532
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Rekenkunstige vraagstukken en oefeningen
Vorige scan Volgende scanScanned page
13
rechthoeken zijn. Zoo het soortelijk gewicht van barnsteen
1.2 is, vraagt men naar de zwaarte van het bedoelde stuk.
58. Een bak, gemaakt van hout van 5 c.M., is van
buiten gemeten 1.5 M. lang, 1 M. breed en 2 M. hoog.
Als die bak schuin wordt afgezaagd en wel zoo, dat de
zaagsnede evenwijdig loopt aan de langste ribbe van het
grondvlak, en aan den eenen kant 1.8 M. en aan den
anderen kant 1.6 M. boven het grondvlak loopt, wenscht
men te weten, hoeveel inhoud die afgezaagde bak heeft.
Bepaal ook het oppervlak zoowel van binnen als van buiten.
59. De Iloangho in China sleept, naar men berekend
heeft, ieder uur 2000000 kub. voeten slib in zee. Slib en
2x5^
water verhouden zich als (p^Hxi^iZ.ó)—2 :-Indien
men nu verder heeft berekend, dat die rivier door hare
slib in 24000 jaren de Geele Zee zou kunnen dempen,
wil men weten:
1". Hoeveel water de Hoangho ieder minuut in zee ont-
last, en
2°. Hoeveel water de Geele Zee bevat.
60. A. v. Humboldt heeft getracht de gemiddelde hoogte
van Europa, N.-Amerika, Z.-Amerika en Azië te bepalen.
De bedoelde hoogten boven de oppervlakte der zee nemen
in gegeven volgorde toe. Indien de verschillen der opvol-
gende hoogten worden uitgedrukt door de getallen 23,
17 en 7, en de gezamelijke hoogten 1130 M. bedragen,
vraagt men naar de gemiddelde hoogte van de genoemde
deelen der wereld.
61. Als de eerstgenoemde hoogte (zie vorige opgave)
met 1 verminderd werd, de tweede onveranderd bleef,
terwijl de andere hoogten zoodanige veranderingen moeten
ondergaan als noodig is om te kunnen zeggen, dat de
verschillen zich thans verhouden als 12, 9 en 4, wil men
weten of in dat geval ook de onderscheidene hoogten te
bepalen zijn?