Boekgegevens
Titel: Rekenkunstige vraagstukken en oefeningen
Deel: Derde 250-tal
Auteur: Donck, J.J.C.
Uitgave: Haarlem: de erven Loosjes, 1874
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 3378
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200532
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Rekenkunstige vraagstukken en oefeningen
Vorige scan Volgende scanScanned page
12
53. De gemiddelde afstanden (in meters) waarop de
drai neerpij pen gelegd worden in zand-, veen-, zwavel- en
kleigronden worden aangewezen in getallen, die in gegeven
orde kleiner worden en rekenkundig evenredig zijn. Indien
de som van het eerste en derde getal 31^ is en die der
beide andere getallen 21^, vraagt men naar de bedoelde
afstanden, zoo men nog weet, dat het eerste getal staat
tot het vierde als 37 : 16.
54. De kosten van draineering worden gerekend per
bunder te bedragen x guldens. Indien a; een getal voorstelt,
dat 3 enkelvoudige deelers heeft en daaronder 2 gelijke,
en de som van alle enkelvoudige en samengestelde deelers,
eenheid en getal medegeteld, in zeker talstelsel 114 en
in een ander stelsel, welks grondtal 2 meer bedraagt,
124 is, vraagt men naar die kosten. Een der bedoelde
deelers is 3.
55. Volgens bovenstaand stelsel van draineering worden
in een stuk gronds, 6 bunder groot, en den vorm hebbende
van een rechthoek, welks zijden zich verhouden als 2:3,
in de richting van de lengte 10 rijen pijpen gelegd met
een tusschenruimte van 20 M. De pijpen liggen aan beide
zijden 8.6 M, van den kant. Hoe groot is de omtrek
dier pijpen? üe middellijn verhoudt zich tot den omtrek
als 7 22.
56. Er zijn baobabboomen , welker stammen tot aan den
kruin een inhoud hebben van 8478 kub. voeten. Indien
de hoogte van den stam staat tot de middellijn als 2:5,
wenscht men de afmetingen van zulk een baobabstam te
kennen. Verhouding 1 : 3.14.
57. Het grootste stuk barnsteen in deze eeuw gevonden ,
werd opgegraven in 1803 tusschen Gumbinnen en Inster-
burg. Ilet heeft een lengte van 13|, een breedte van 8 J-,
en een dikte aan de eene zijde van 5f en aan de andere
van 3.[ Eijnl. duim. De afmetingen 13|- en 8^ staan
loodrecht op elkander; terwijl de evenwijdige eindvlakken