Boekgegevens
Titel: Rekenkunstige vraagstukken en oefeningen
Deel: Derde 250-tal
Auteur: Donck, J.J.C.
Uitgave: Haarlem: de erven Loosjes, 1874
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 3378
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200532
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Rekenkunstige vraagstukken en oefeningen
Vorige scan Volgende scanScanned page
9
37. Til verband met de vorige opgave wordt gevraagd
waarom de getallen, die aanwijzen hoeveel maal het
laatste cijfer (dat der eenheden) bij het overige gedeelte
des getais moet gevoegd of daarvan afgetrokken worden,
om te onderzoeken of het bedoelde getal door zekeren
deeler kan gedeeld worden, samen altijd dien deeler uit-
maken ?
38. Uit 110 ilinke rietstengels haalt men gemiddeld
zooveel gekristalliseerde suiker (het niet-gekristalliseerde is
melassie), dat, zoo de opbrengst per stengel 1 d.G. meer
bedroeg, er 1|1 maal zooveel suiker zou gewonnen worden.
Men vraagt naar de hoeveelheid suiker. Uit het hoofd te
berekenen.
39. 100000 rozen zijn er )ioodig om 3 drachmen rozen-
olie te verkrijgen. Indien men zich nu een cilindervormig
lieschje denkt, welks omtrek van binnen gemeten 6.6 c.M.
en hoogte tot aan het halsje 7.2 c.M. bedraagt en tot
zooverre gevuld met zulke olie, vraagt men hoeveel rozen
er noodig zijn om die hoeveelheid te verkrijgen ? Soorte-
lijk gewicht 0.8.
40. En hoeveel zouden er noodig zijn, als het fleschje
van buiten gemeten, die afmeting had terwijl het glas overal
0.8 c.M. dik was en tot aan den hals een hoogte had van
5a c.a1?
41. In Zuid-Amerika groeit op de oostelijke helling
van het Andesgebergte op een smallen gordel, de zich over
eenige breedtegraden uitstrekt, de kinaboom. Indien nu een
spoortrein, die zich verplaatst met eene snelheid van 16
M. in de seconde, in een rechte lijn die strook moest
doorloopen en een stoomboot dienzelfden weg over zee had
af te leggen langs een lijn, welke evenwijdig loopt aan die
van den spoortrein, wenscht men te weten over hoeveel
graden zich die gordel uitstrekt. Men wete, dat, zoo de
beide voertuigen zich gelijktijdig in beweging zetten, de
1*
Pa