Boekgegevens
Titel: Rekenkunstige vraagstukken en oefeningen
Deel: Derde 250-tal
Auteur: Donck, J.J.C.
Uitgave: Haarlem: de erven Loosjes, 1874
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 3378
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200532
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Rekenkunstige vraagstukken en oefeningen
Vorige scan Volgende scanScanned page
23. Treed in eene beschouwing over de lengte der wegen,
die het water te doorloopen zal hebben als de terrassen
willekeurige hoogten hebben.
24). Den 13 Juni 1788 ontstond in het Zuiden van
Frankrijk bij Avignon een geweldige hagelbui, die in 2
evenwijdige strooken van 4 en 2 uren breedte van daar
over Belgie naar Nederland trok en in die landen groote
schade aanrichtte. Plaatsen, welke 16-1- uur meer noord-
waarts lagen, hadden de bui 1 uur later. Tn hoeveel tijd
had de bui het Noorden van ons vaderland bereikt? Wij
stellen den Helder.
25. Indien de bovenbedoelde bui op een afstand van
2000 M. boven de aarde dreef, hoe lang ware dan de
weg, dien zij had af te leggen? De middellijn der aarde
gesteld op 1718 geogr. mijlen van 1400 M.
26. De getallen, die de hardheid van platina, goud
en zilver uitdrukken , zijn gedurig rekenk. evenredig, en
bedragen samen 12; terwijl van die van koper, tin en
lood hetzelfde kan beweerd worden, behalve dat de som
der hardheden slechts 6 bedraagt. Indien nu de hardheid
van platina, koper en lood zicii verhouden als 10:5:3,
vraagt men naar de getallen, welke de hardheid van elk
uitdrukken.
27. Het soortgelijk gewicht van den diamant, de topaas,
den zirkon en den smaragd wordt uitgedrukt door 4 getal-
len, welker gedurig product 137.8125 en welker som 14 is.
Het soortelijk gewicht van den topaas zoowel als van den
diamant is de rekenk. middelevenredige van de beide andere
steenen. Wat is het soortgelijk gewicht van alle?
28. De IVansche bevolking behoort hoofdzakelijk tot
den boerenstand, tot dien der industrieelen of der kooplieden.
De percenten, welke de verhouding dezer standen tot het
geheel uitdrukken, zijn zoodanig, dat de rekenk. middel-