Boekgegevens
Titel: Rekenkunstige vraagstukken en oefeningen
Deel: Derde 250-tal
Auteur: Donck, J.J.C.
Uitgave: Haarlem: de erven Loosjes, 1874
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 3378
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200532
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Rekenkunstige vraagstukken en oefeningen
Vorige scan Volgende scanScanned page
en der maan moeten genomen worden, als die der aarde
1 d.M. is? De verhouding der aarde, zon en maan is
1, 1500000 en jV
13. Als men de oppervlakten der in het vorige vraag-
stuk genoemde lichamen door kwadraten wilde voorstellen
de zijde van en het kwadraat, dat de oppervlakte der aarde
moet beteekenen, een d.M. is, wenscht men de zijden der
beide andere kwadraten te kennen tot in m.M. nauwkeurig.
14. Stellen wij, dat de vorm der aarde een bolronde
zij en haar omtrek een lengte hebbe van 40000000 M.
Men vraagt welke afmeting een rechthoek moet hebben,
welks inhoud gelijk is aan het oppervlak des aardbols ?
Men neme een der afmetingen van den rechthoek gelijk
aan de middellijn der aarde. Verhouding 22 : 7.
15. Een zeilschip 40 M lang en een stoomboot 10 M.
langer, varen, in tegenovergestelde richting zich voortbe-
wegende, elkander voorbij in seconde. In dezelfde
richting doen zij zulks in minuut. Hoe groot is de
snelheid van beide vaartuigen?
16. Scoresby deelt mede in zijne waarnemingen, gedaan
op den Atlantischen Oceaan, dat bij zekeren storm de
golven p. m. 6 seconden tijd behoefden om van den eenen
steven tot den anderen steven van zijn schip te komen.
Het schip had de lengte van 220 voet en verplaatste zich
in de richting der golfbeweging met eene snelheid van
p. m. 250 voeten in genoemden tijd. Men vraagt te be-
palen, met welke snelheid de golven voortrolden?
17. Indien wij in het voorgaande vraagstuk buiten
rekening lieten, dat het schip in een zoodanige richting
voortgleed, dat, zoo men van den voorsteven een loodlijn
neerliet op de lijn die de richting der golven aangeeft en
met den achtersteven samenvalt, die loodlijn een lengte
heeft van 129.4 voeten, vraagt men naar de waargenomen
snelheid der golven.