Boekgegevens
Titel: De rijken der natuur: handboekje voor de lagere scholen
Auteur: Degenhardt, W.
Uitgave: Amsterdam: J.M.E. & G.H. Meijer, 1884
8e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 3119
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200477
Onderwerp: Biologie: natuurlijke historie
Trefwoord: Natuurlijke historie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De rijken der natuur: handboekje voor de lagere scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
32
Tot de buitenlandsche vruehtboomen behooren: de citroen- en
oranjeboom, de vijgeboom, de kruidnagelboom, de kaneelboom, de notc-
muskaatbooni, de kollieboom, de olijfboom.
Boschboomen zijn boomen, die ons voornamelijk alleen hout opleveren.
Tot de boschboomen behooren: de eik, de beuk, de berk, de wilg,
de linde, de populier, de wilde kastanje, dö acacia.
Naaldboomen zijn boomen met smalle en stijve, als naalden ge-
vormde bladeren, welke iu het najaar niet afvallen, maar doorgaans
'swinters overblijven.
Tot de naaldboomen behooren: de spar, de den, de ceder, de cypres,
de taxisboom.
Palmen zijn boomen, wier stammen kokervormig, meestal niet
schubben bedekt eu alleen aan den top van groote bladeren voor-
zien zijn.
Men onderscheidt de planten ten aanzien van haren ouderdom in:
eenjarige, tweejarige en overblijvende planten.
Eenjarige planten zijn zulke, die binnen den tijd van een jaar zich
ontwikkelen, zaad geven en dan sterven.
Tweejarige planten bereiken gedurende het eerste jaar eeue zekere
hoogte, maar worden eerst in het tweede jmir volwassen, geven alsdan
zaad en sterven.
Overblijvende planten bereiken eenen, dikwijls zeer hoogen ou-
derdom ,
Sommige paddenstoelen eu zwammen leven slechts weinige dagen;
eenige boomen, zooals de eik en de linde, honderd en meer jai'en.
üe mensch wendt de voortbrengselen uit het plantenrijk tot velerlei
nuttige doeleinden aan.
Van de planten worden gebruikt: de wortels, de stengels, de vezels,
de bast, de bladereu, de bloemen, de vruchten, het zaad, het zaadomkleedsel,
de sappen.
Tot de planten, waarvan de wortels gebruikt wordeu, behooren: de
gewone wortel of peen, de wdtte wortel, de beet of biet, de meekrap?
de kliswortel, de alautswortel, de gentiaan, de gember, de rabarber,
de ipecacuanha, de zoethoutboom.
I