Boekgegevens
Titel: De rijken der natuur: handboekje voor de lagere scholen
Auteur: Degenhardt, W.
Uitgave: Amsterdam: J.M.E. & G.H. Meijer, 1884
8e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 3119
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200477
Onderwerp: Biologie: natuurlijke historie
Trefwoord: Natuurlijke historie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De rijken der natuur: handboekje voor de lagere scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
31
de Saladegewassen: veldsalade. kropsalade, andijvie, kers.
de Bolgewassen: uien, knoflook.
Tot de kruiden, die tot genezing aangewend worden, behooren:
Voor den wortel: de rabarber, alantswortel, klis, aloë.
Voor de bladeren, stengels eu zaden: venkel, kamille, pepermunt, duizend-
guldenkruid, gentiaan, valerir-in, gezegende distel.
Tot de kruiden, die tot specerij dienen, behooren: de koriander, de
anijs, de mosterd, de salie, de komijn.
Tot de kruiden, die tot gebruik in het maatschappelijk leven aange-
wend wordeu, behooren: het vlas, de liennep, de tabak, dc hop, de
papaver, het raap- en lijnzaad.
Tot de kruiden, die klcurstoHen geven, behooren: de meekrap, de
saftraau, de weede. de vcrfbrem.
Tot de kruiden, welke als sieq)lantcu dienen, behooren: leliën, '
tul])en, gerauiums, ranonkels, viooltjes, asters, vergeet-mij-nietje»,
riddersporen, aujelieren.
Tot de kruiden, welke voor den mensch vei'giftig ziju, behooren; de
hondspeterselie, de gevlekte scheerling, dc herfsttijloos, de doornappel,
de belladonna of het doodkruid, de nachtschade, het bilzenkruid.
Heesters zijn gewassen, wier houtachtige stam zich terstond boven
den grond in takkeu verdeelt.
Tot de heesters, welke in ons land groeien, behooren: de wijnstok,
de aalbessen, de braambessen, de boschbessen, de roos, dc vlier, de
hazelaar, de rozemarijn, de haagdoorn, de sleedoorn.
Tot dc heesters, welke in andere landen groeien, behooren: de thee,
de peper, de indigo, de vanille.
Boomen zijn gewassen, wier houtachtige stam zich een eind boven
den grond in takken verdeelt.
De boomen worden verdeeld in loofboomen, naaldboomen en palmen.
Loof boomen ziju boomen met breede bladeren, die in het najaar
afvallen.
De loofboomen worden cmderscheiden in vruchtboomen en bosch-
boomen.
Vruchtboomen zijn boomeu, wier vruchten of zaden door ons ge-
bruikt worden.
Tot de vTuchtboomen van ons land behooren: de api)el-, pere-, pruimc-»
kerse-, perzike-. abrikoze-, note- eu mispelboomen.