Boekgegevens
Titel: De rijken der natuur: handboekje voor de lagere scholen
Auteur: Degenhardt, W.
Uitgave: Amsterdam: J.M.E. & G.H. Meijer, 1884
8e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 3119
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200477
Onderwerp: Biologie: natuurlijke historie
Trefwoord: Natuurlijke historie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De rijken der natuur: handboekje voor de lagere scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
30
De bloemkroon is de krans, die op den kelk volgt en aau de bloem
hare kleur geeft.
Kelk en bloemkroon worden ook hloemlekleedseU genoemd.
De meeldraden maken, van buiten af gerekend, deu derden krans uit.
Aan de meeldraden onderscheidt men het onderste gedeelte of den
helmdraad en het bovenste of het helmknopje.
Het helmknopje bevat stuifmeel, dat tot vruchtbaarmakiug van het
zaad noodig is.
De stamper maakt het binnenste der bloem uit.
Aan den stamper zijn doorgaans drie deelen: de stempel, de stijl en
het vruchtbeginsel.
De stempel is het bovenste deel van den stamper cn ontvangt het
stuifmeel.
De stijl dient om den stempel aan het vruchtbeginsel vast te
hechten.
Het vruchtbeginsel is het onderste gedeelte van den stamper, en
!)evat het eerste beginsel van het zaad.
De voornaamste deelen van de bloem zijn de stamper en de meel-
draden.
Sommige bloemen missen e'én of meer kransen en worden daarom
onvolledig genoemd.
De steel, waarmede de bloem aan de plant verbonden is, heet bloem-
steel. Het bovenste deel van den bloemsteel heet vruchibodem.
VHÜCHT.
Plaat Xlil en XIV. (Planlenrijk.)
De vrucht is het vruchtbeginsel in zijne grootste volkomenheid.
Aan de vrucht onderscheidt men het vruchtbekleedsel en het zaad.
Ten aanzien van het vruchtbekleedsel worden de vruchten verdeeld
in enkelvoudige en samengestelde.
Enkelvoudige vruchten zijn ontstaan uit een enkel vi'uchtblad.
Tot de enkelvoudige vruchten behooren voornamelijk: de graan-
vrucht, de dopvrucht, de enkelvoudige steenvrucht, de peulvrucht.
De graanvruchten zijn droog, springen niet open en bevatten een
zaadkorrel, die ten innigste met het omkleedsel verbonden is.
Tot de graanvruchten behooren: Tarwe, Rogge, Haver, Gerst, Rijst,
Gierst, Spelt, Turksche tarwe of Maïs.