Boekgegevens
Titel: De rijken der natuur: handboekje voor de lagere scholen
Auteur: Degenhardt, W.
Uitgave: Amsterdam: J.M.E. & G.H. Meijer, 1884
8e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 3119
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200477
Onderwerp: Biologie: natuurlijke historie
Trefwoord: Natuurlijke historie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De rijken der natuur: handboekje voor de lagere scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
27
De voet is het onderste deel van het blad.
Dc voet is onmiddellijlj: aau den stengel verbonden of daaraan door
middel van een steel gehecht. Soms omgeeft het blad den stengel
geheel of gedeeltelijk.
De bladeren worden onderscheiden in enkelvoudige en samengestelde»
Enkelvoudige bladeren zijn zulke, waarbij een bladsteel slechts één
bladschijf draagt.
Samengestelde bladeren zijn zulke, waarbij een bladsteel meer dan één
bladschijf draagt.
De voornaamste vormen der enkelvoudige bladeren zijn:
Cirkelrond, eivormig, tongvormig, lijnvormig, hartvormig eu maan-
vormig.
De samengestelde bladeren worden verdeeld in handvormige ea
gevinde.
Handvormige bladeren zijn zulke, waarbij de bladschijven op deu top
van den bladsteel gevestigd zijn. Zij worden onderscheiden in drit:-,
vier-, vijf-, zeventaWge, enz., naarmate het aantal blaadjes is, dat zich
aan den top bevindt.
Gevinde bladeren zijn zulke, waarbij de bladschijven langs den bladsteel
geplaatst zijn.
De gevinde bladeren zijn oneven of even gevind.
De bladeren zijn oneven gevind, als aan de punt één blaadje ge-
vonden wordt.
De bladeren zijn even gevind, als er aan het einde twee blaadjes zijn.
De bladeren dienen om het overtollige water, dat de plant door middel
der wortels ontvangen heeft, uit te dampen, en hetgeen de plant uit de
lucht tot voeding behoeft, tot zich te nemen.
h, Werktuigf^n, waariloor <le plant zich
veriticnigviildigt.
BLOEM.
Plaat IX, X, XI en XII. (Piantenrijk.)
De bloem is dat gedeelte der plant, waaruit de vrucht te voorschija
komt.
Men onderscheidt aan de bloem vier deelen, kransen genoemd.
De vier kransen van eene bloem zijn: de kelk, de bloemkroon, de
meeldraden en de stamper.
De kelk is de buitenste krans en is doorgaans groen gekleurd.