Boekgegevens
Titel: De rijken der natuur: handboekje voor de lagere scholen
Auteur: Degenhardt, W.
Uitgave: Amsterdam: J.M.E. & G.H. Meijer, 1884
8e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 3119
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200477
Onderwerp: Biologie: natuurlijke historie
Trefwoord: Natuurlijke historie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De rijken der natuur: handboekje voor de lagere scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
26
Het merg is het binnenste gedeelte van den stam.
'De houtlaag is dat gedeelte, hetwelk op het merg volgt; het neemt
jaarlijks in omvang toe.
Dé bast omgeeft het hout en bestaat uit dicht aaneengevoegde vezels.
De schors is het buitenste omkleedsel van deu stam.
Bij jonge takken is de schors nog met een dun vlies overtogen; dit
vlies heet opperhuid.
Tusschen het hout en den bast bevindt zich een lichter en zachter
hout, dat allengs tot de gewone hontlaag overgaat eu sphit heet.
Van het merg loopen door het hout naar deu bast strepen, die den
naam van mergstralen dragen.
Jaarringen zijn de zichtbare nieuwe houtlagen, die jaarlijks aan den
fitam worden toegevoegd.
Sommige gewassen, zooals dc grassoorten en palmen, missen het
merg en de verdere inwendige deeleu van den stam.
De stam dient om het voedsel, dat door den wortel uit den grond
getrokken is, naar de overige dcelen van het gewas te brengen.
BLADEREN.
Plaat IV en V. (Plnntenrijk.)
Bladeren zijn de zijdelingsche uitbreidingen der stengels of takken.
De bladeren zijn meestal plat, gi'oen van kleur en vallen gewoonlijk
jaarlijks af. Bij sommige gewassen, zooals bij de pijnboomen, geschiedt
het afvallen niet gelijktijdig; deze worden altijd groene genoemd.
Men onderscheidt bij de bladeren: de punt, de bladschijf, den rand
en den voet.
De punt is het bovenste deel van het blad. Zij is spits, stomp,
afgeknot of gepunt.
De bladschijf is de uitgebreidheid van het blad zelf; zij bestaat uit
het geraamte, het bladmoes en de opperhuid.
Het geraamte bestaat uit verschillende nerven of aderen.
Het bladmoes is hetgeen dc ruimte tusschen de nerven opvult, en
de opperhuid bedekt het geraamte en de nerven. De opperhuid wordt
onderscheiden in boven- en ondervlakte. De ondervlakte is doorgaans
lichter gekleurd.
De rand is de grens van het blad. Hij is gaaf, als hij niet ver-
deeld is; getand, als hij van kleine insnijdingen voorzien is, of gelobd,
als die insnijdingen groot zijn.