Boekgegevens
Titel: De rijken der natuur: handboekje voor de lagere scholen
Auteur: Degenhardt, W.
Uitgave: Amsterdam: J.M.E. & G.H. Meijer, 1884
8e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 3119
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200477
Onderwerp: Biologie: natuurlijke historie
Trefwoord: Natuurlijke historie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De rijken der natuur: handboekje voor de lagere scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
25
Be eukelvoiidige wortel is draadvormig, penvcrniig, raapnormig of
tahkig.
Be samengestelde wortel is Jiaarvormig, vezelig of bundelvormig.
Eenige planten drijven met hare wortels op de oppervlakte van
het water, zooals het kroos; andere hechten zich met hare wortels
op andere planten eu trekken van deze haar voedsel, gelijk het vogel-
lijm; sommige hebben Itichlworlels of zulke, die boven den grond
pan den stengel of de takken uitspruiten, bijv. het klimop; enkele
hebben in het geheel geene wortels, zooals dc roest op de graange-
wassen .
De wortel dient, om voor de plant het voed^^el uit den gi'ond te
trekken, cn liaai' stevig in den grond te vestigen.
STENGELS.
tlaat 11, m en \ li, (PiaiUcnriJk.)
Stengel of as is dat gedeelte der plant, hetwelk zich gewoonlijk
boven den groad bevindt, eu waaruit de bladeren of bloemen voortkomen.
Bij waterplantcr, is de stengel geheel of gedeeltelijk in het water.
Vele stengels sterven alle jaren af.
Bij grasgewassen heet de stengel halm.
Sommige stengels breiden zich over deu gi'ond uit, en dragen alleen
aan de uiteinden wortels en bladeren: deze heeten ranken.
Eenige stengels hechten zich aan andere planten of voorwerpen ivast.
Stengels, die onder de oppervlakte van den grond groeien, heeten
onder aardsehe stengels.
Bij de onderaardsche stengels komen in aanmerking: de wortelstok,
de knol en de bol.
De wortelstok is een onderaardsche stengel, die zich iu de lengte, door-
gaans gelijkloopend met de oppervlakte van den grond, voortzet.
De knol is een onderaardsche stengel, die kort en dik is, en meestal
eene ovale gedaante heeft. De knol heeft dikwijls één of meer knoppen.
De bol is een korte, kegelvormige, onderaardsche stengel, door dikke,
vleeschachtige schubben omgeven.
Is de stengel houtachtig en duurt hij vele jaren voort, dan heet hij
stam.
Het inwendige van deu stam bestaat uit het merg, dc houtlaag, den
last en de schors.