Boekgegevens
Titel: De rijken der natuur: handboekje voor de lagere scholen
Auteur: Degenhardt, W.
Uitgave: Amsterdam: J.M.E. & G.H. Meijer, 1884
8e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 3119
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200477
Onderwerp: Biologie: natuurlijke historie
Trefwoord: Natuurlijke historie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De rijken der natuur: handboekje voor de lagere scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
21
De weekdieren worden onderscheiden in 6 klassen: koplooze week-
dieren, buikpootige weekdieren, vleugelpootige weekdieren, koppootige
weekdieren, huidzakdieren en mosdieren.
KLASSE DER KOPLOOZE WEEKDIEREN.
Plaat XLV! (Dierenrijk.)
Koplooze weekdieren hebben geen afzonderlijk hoofd en geene oogen.
Zij leven meestal in zee.
Tot de Koplooze weekdieren behooren: de Oesters, Mosselen, Parel-
oesters, Paalwormen.
KLASSE DER BUIKPOOTIGE WEEKDIEREN.
Plaat XLV (Dierenrijk.)
Buikpootige weekdieren kunnen zich met het onderst« gedeelte van
den buik voortbewegen. Zij hebben een kop, die van voelers voor-
zien is, waarbij doorgaans oogen gevoegd zijn. De meeste leven in
zout en zoet water, en hebben eene enkelvoudige schelp, die men ge-
woonlijk slakkenhuisje noemt.
Tot de Buikpootige weekdieren behooren: de Porseleinhooms, Kink-
hoorns, de Alikruiken, de Slakken.
KLASSE DER VLEUGELPOOTIGE WEEKDIEREN.
Plaat XLV (Dierenrijk.)
Vleugelpootige weekdieren hebben vinvormige aanhangsels, waar-
mede zij kunnen zwemmen. Sommige hebben een afzonderlijk hoofd»
andere hebben den mond tusschen de twee vinnen. Zij leven alle
in zee.
Tot de Vleugelpootige weekdieren behooren: de Wnlvischaas of Vlerk-
worm, de Glasslak.
KLASSE DER KOPPOOTIGE WEEKDIEREN.
Plaat XLV (Dierenrijk.)
Koppootige weekdieren hebben een afzonderlijk hoofd, hetwelk rondom
door krachtige armen omgeven is. Zij hebben twee oogen, een mond