Boekgegevens
Titel: De rijken der natuur: handboekje voor de lagere scholen
Auteur: Degenhardt, W.
Uitgave: Amsterdam: J.M.E. & G.H. Meijer, 1884
8e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 3119
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200477
Onderwerp: Biologie: natuurlijke historie
Trefwoord: Natuurlijke historie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De rijken der natuur: handboekje voor de lagere scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
18
De meeste insecten hebben vier vleugels, eenige, zooals de Vliegen
en Muggen, twee, enkele hebben geene vleugels.
De vleugels zijn doorschijnend oS. ondoorschijnend. De ondoorschijnende
fijn dikwijls fraai gekleurd.
De insecten halen adem door buizen, hichthnizen genoemd, van welke
de twee vooriiaamste aau weerszijden van het lichaam loopeu.
De insecten worden verdeeld in twee hoofdafdeelingen, als; de
duizendpootige eu de zespootige insecten. ^^
De duizeudpootige hebben een lichaam, dat uit eene menigte ringen
bestaat, vau welken ieder een of twee paar pooten heeft. Zij leven ouder
den grond of onder boomschors. (Plaat XLI.)
De zespootige insecten worden onderscheiden iu ongevleugelde en
gevleugelde.
Tot d3 ongevleugelde behooren : de Boekworm of Suikergast, de Luis
en de VIpo. (Plaat XLl.)
De gevleugelde iusecteu worden verdeeld in acht ordex:
1. Tweevleugelige: Vliegen, Muggen. (Plaat XL)
2. Vliesvleugelige: Bijen, Wesi)eii, Mieren. (Plaat XLl.)
3. Sohubvleugelige, verdeeld in ; dag- en nachtvlinders.
Dagvlinders zijn : Dagpauwoogen, Zwaluwstaarten. (Plaat XL.)
Nachtvlinders: Zijdewormen, Uiltjes, Motten. (Plaat XL.)
4. ^èbsvleugelige: Glazenmakers, Watermotten, Mierenleeuwen. (Plaat
XXXIX.)
5. Halfvleugelige: Bladluizen, Cochenille, Lautaarndrager. (Plaat
XXXIX.)
6. liechtvleiigelige: Sprinkhanen, Oorwormen, Kakkerlakken. (Plaat
XXXIX.)
7. Schildvleugelige: Meikever, Onzen-lieven-Heers-haantje, Spaausche
vlieg. (Plaat XXXVIIi.)
8. Plmmvleugelige: kleiue insecten, die op sommige Wespen leven.
Bij de insecten is op te merken hunne gedaanteverwisseling.
Bij de gedaanteverwisseling ziju drie toestauden: in den eersten heet
het insect masker of larf; in den tweeden pop of nimf; in den derden
volkomen insect,
Eenige insecten hebben eene volkomene gedaanteverwisseling, au-