Boekgegevens
Titel: De rijken der natuur: handboekje voor de lagere scholen
Auteur: Degenhardt, W.
Uitgave: Amsterdam: J.M.E. & G.H. Meijer, 1884
8e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 3119
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200477
Onderwerp: Biologie: natuurlijke historie
Trefwoord: Natuurlijke historie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De rijken der natuur: handboekje voor de lagere scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
15
Plaat XXVII (Dierenrijk.)
De Slangen hebben geene of slechts zeer kleine pooten. Haar bek
is van scherpe tanden voorzien, hare tong is spits en gespleten»
Eenige slangen hebben vergif.
Tot de vergiftige Slangen behooren: de Katelslang, de Brilslang,
de Adder.
Tot de niet vergiftige Slangen behooren : de Reuzenslang, de Ringslang.
Plaat XXVII (Dierenrijk.)
Kikvorschen leven in het water en op het land. Zij hebben jong
een staart, dien zij, later verliezen, en slechts aan de bovenkaak
tanden. Hunne aehterpooten zijn langer dan de voorpooten, waardoor
zij niet goed loopen, maar wel springen kunnen.
Tot de kikvorschen behooren ook de Salamanders.
Kikvorschen beginnen door kieuwen te ademen, maar krijgen later
longen.
Salamanders behouden huune kieuwen.
Schildpadden, Hagedissen en Slangen ademen hun geheele leven door
lonijen.
KLASSE DER VISSCHEN.
Plaat XXVIII (Dierenrijk.)
Visschen zijn gewervelde dieren, die koud bloed hebben, eieren leggen
en door kieuwen ademen.
De visschen zijn voorzien van vinnen cn een staart.
De vinnen worden onderscheiden in rug-, borst-y hvAlc-^ aars- en
staartvinnen.
De staart is bij de meeste visschen sterk en breed. Hij dient even-
als de vinnen om te zwemmen.
Het lichaam der visschen is met 8chubl)en bekleed, die bij de meest»
evenals dakpannen over elkander gelegd zijn.
Enkele visschen hebben eene gladde, naakte hnid, sommige zijn door
harde schilden omgeven of wel met pennen bedekt.
De meeste visschen hebben een groot aantal tanden, cn inwendig eene
blaas met lucht gevuld, zwemblaas genoemd, die hun waarschijnlijk dient
om het gewicht van hun lichaam te verminderen.
Eenige visschen leven alleen in de zee; andere alleen in zoet water;
enkele gedeeltelijk in zee en gedeeltelijk in de rivieren.