Boekgegevens
Titel: De rijken der natuur: handboekje voor de lagere scholen
Auteur: Degenhardt, W.
Uitgave: Amsterdam: J.M.E. & G.H. Meijer, 1884
8e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 3119
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200477
Onderwerp: Biologie: natuurlijke historie
Trefwoord: Natuurlijke historie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De rijken der natuur: handboekje voor de lagere scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
u
De vogels geven den menscli hunne eieren, hunne vederen, hun vleeach.
Vooral ook doen zij door het eten van insecten en ander gedierte een
onbej'ekenhaar nut.
KLASSE DER KRUIPENDE OY TWEESLACHTIGE DIEREN.
Plaat XXIV (Dierenrijk.)
Kruipende of tweeslachtige dieren zijn gewervelde dieren, die kond
tloed hebben, eieren leggen en door longen, soms gedeeltelijk door
kieuwen ademen. De eieren der kruipende dieren hebben eene buigzame,
lederachtige schaal. Sommige kruipende dieren leven alleen op hot
land, vele in het water cn op het land tevens.
Eenige kruipende dienn zijn met schubben en schilden bedekt, andere
hebben eene naakte huid.
De meeste kruipende dieren voeden zich met andere dieren; slechts
één soort, de landschildpadden, voedt zich met planten.
De kruipende dieren hebben weinig ontwikkelde zintuigen, maar een
zeer taai leven.
Plaat XXV (Dierenrijk.)
De kruipende of tweeslachtige dieren wordeii verdeeld in 4 Orden
Schildpaddeny Hagedissen, Slangen, Kikvorschen.
De Schildpadden hebben geene tanden, vier pooten, en zijn met
eene harde schaal of schild bedekt, waarvan het bekende schildpad ge-
maakt wordt.
Tot de schildpadden behooren;
de Landschildpadden: de Grieksche schildpad;
de Zoetwaterschildpadden: de Lederschildpad, de Mocrasschildpad;
de Zeeschildpadden: de Zeelederschildpad, de Karetschildpad.
Plaat XXVI (Dierenrijk.)
Dc Sagedissen hebben vier korte pooten en een langen staart.
Hunne tong is soms dun en gespleten, soms dik. De huid is met
schubben of schilden bezet.
Tot de Hagedissen behooren; de Ktjlk-rokodil, de Gangeslcrokodil.
de Kaaiman of Alligator, de Kamhagedis, de Groene Draak of Vliegende
Hagedis, de Gecko, het Kameleon, de gewone Hagedis, de Blindslang
of Hazelworm.