Boekgegevens
Titel: De rijken der natuur: handboekje voor de lagere scholen
Auteur: Degenhardt, W.
Uitgave: Amsterdam: J.M.E. & G.H. Meijer, 1884
8e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 3119
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200477
Onderwerp: Biologie: natuurlijke historie
Trefwoord: Natuurlijke historie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De rijken der natuur: handboekje voor de lagere scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
14
De vogels worden verdeeld in zeven Obdev, als:
Zwemvogels, St eil loopers, Struisachtige of Loopvogels, Hoenderachtige,
Klimvogelsy Za7igvogels en Roofvogels.
Plaat XXIII (Dierenrijk.)
Zwemvogels zijn vogels, die hun verblijf iu het water hebben. Zij
zijn van dikke, olieachtige vederen voorzien en Iiebben korte, gewoon-
lijk naar achteren geplaatste, pooten met vier teenen, waarvan di'ie naar
voren en één naar achteren gericht zijn. Tusschen de drie voorste
teenen zijn vliezen, zwemvliezen genoemd. Zij voeden zich met planten,
zaden, insecten of ook soms met kleine visschen.
Tot de j^wemvogels behooren: de Eend, de Gans, de Pelikaan, de
Meeuw, de Albatros.
Plaat XXI en XXII (Dierenrijk.)
Steltloopers of moerasvogels leven in moerassige landen. Zij hebben
hooge pooten, een langen hals en doorgaans een spitsen snavel. Hun
voedsel bestaat uit insecten, sprinkhanen, kikvorschen, enz.
Tot de steltloopers btihooren: de Meerkoet, Kemphaan, Snip, Kluit,
Waterhoen, Trapgans, Wulp, Koet, Ooievaar, Lepelaar, Ibis, Flamingo,
Kraan, }?eiger. Kievit.
Plaat XXI (Dierenrijk.)
Struisachtige of loopvogels hebben een langen hals en sterke, van
twee of drie teenen voorziene pooten. Hunne vleugels zijn kort en tot
vliegen ongeschikt. Zij hebben haarachtige vederen.
Tot de struisachtige vogels behooren: de Afrikaansche Struisvogel,
de Indische Kazuaris, de Kiwi van Nieuw-Zeeland.
Plaat XX (Dierenrijk.)
lloerpdcrachtige vogels hebben korte bekken eu dikke, sterke pooten.
Zij leven bij voorkeur op den grond en vo&den zich met plantenzaden,
die eerst in eene voormaag of krop geweekt worden. De meeste onzer
huisvogels zijn hoenderachtig.
Tot de hoenderachtige vogels behooren: de Duif, de Kwartel, de
Patrijs, de Fazant, het gewone Hoen, de Pauw, de Kalkoen, het Korhoen.