Boekgegevens
Titel: De rijken der natuur: handboekje voor de lagere scholen
Auteur: Degenhardt, W.
Uitgave: Amsterdam: J.M.E. & G.H. Meijer, 1884
8e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 3119
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200477
Onderwerp: Biologie: natuurlijke historie
Trefwoord: Natuurlijke historie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De rijken der natuur: handboekje voor de lagere scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
10
Het voedsel gaat uit de uetmaag terug, wordt nog eens gekauwd
eu komt dan in de derde of bladmaag. Daarom beeten deze dieren
herkauwende.
Tot de tweehoevige of herkauwende zoogdieren behooren;
1. De Eeltooeten: Kameel, Dromedaris, Lama.
2. De Herten: Damhert, Edelhert, Kee, llendier, jMuscusdier, Giraffe
of Kameelpardel.
3. De Holhoornige: het llund, de Geit, het Schaap, de Gems, de
Steenbok.
Van de tweehoevige zoogdieren trekt dc mensch het meeste nut.
Zij geven hun vleesch, hunne melk, hunne huid, hunne haren,
horens, beenderen, pezen. Vele van lien worden tot verschillende
diensten gebezigd.
Plaat XIV. (Dierenrijk.)
Veelhoeviye of dikhuidige zoogdieren hebben eene dikke huid, een-
korten hals en dikwijls groote tandeu in de bovenkaak, slagtanden
genaamd. Zij hebben drie, vier of vijf teenen en daaraan afzonderlijke
hoeven, waarom zij veelhoevige genoemd wordeu.
Tot de veelhoevige zoogdieren behooren: het Zwijn, de Olifant, de
ilhinoceros, het Nijlpaard, de Tapir,, de Klipdas.
Van de veelhoevige zoogdieren levert het Zwijn zijn vleesch, de
Glifaut het ivoor. Ook wordt de laatste als lastdier gebruikt.
Plaat XV. (Dierenrijk.)
Vischachtige zoogdieren gelijken in hun uitwendigen vorm geheel
op visschen; zij hebben slechts de Iwee voorste ledematen, van welke
de vingers ineengegroeid zijn tot vinnen. Zij leven alleen in zee en
de meeste bereiken eene grootte van meerderen omvang dan die van
«enig landdier.
Tot de vischachtige zoogdieren behooren: de Bruinvisch, de Dolfijn,
de Walvisch, de Potvisch, dc Narwal of Zee-eenhoorn.
Van de vischachtige zoogdieren verkrijgt men inzonderheid dc traan.
Plaat XVI. (Dierenrijk.)
Buideldieren zijn genagelde zoogdieren, wier huid aan den buik een
zak vormt, waarin de jongen, zoolang zij nog klein zijn, hun verblijf
houden. Sommige buideldieren dragen de jongen op den rug.