Boekgegevens
Titel: Zinsontleding: een beknopt leerboekje voor de volksschool
Auteur: Dale, ... van
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1881
5e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 3028
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200462
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Ontleding (taalkunde), Nederlands, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Zinsontleding: een beknopt leerboekje voor de volksschool
Vorige scan Volgende scanScanned page
47
brengt den tijd door, met anderen te plagen — De sleutel brak, met
het slot om te draaien — Zij leven voort, zonder over hun toestand
na te denken ( - terwijl zij niet over hun toestand nadenken)— Hij
ging zijn gang, zonder zich aan dien wijzen raad testoren — Zij
spelen, in plaats van te leeren ( terwijl zij niet leeren) — De
jongen scheurde zijn boek, in plaats van zijne les uit te schrijven —
Die knaap bedroeft ons, door nooit naar onze lessen te luisteren
( = dewijl hij nooit naar onze lessen luistert).
Geweldig verschrikt, sprong hij in het water ( = Daar hij gewel-
dig verschrikt was, enz.) — Veracht en miskend, verliet hij zijn
vaderland Gevaar duchtende, liep hij henen — Nergens hulp
vindende, gaf hij zich aan wanhoop over.
4. Verkorte bijvoeglijke zinnen.
Hij, rijk en aanzienlijk, verliet zijn vaderland vrijwillig ( — Hij,
die rijk en aanzienlijk was, verliet zijn vaderland vrijwillig) —
Zij, eertijds geacht en bemind, werd nu veracht en gehaat — Wij,,
vfoeger heidenen en afgodendienaars, kennen nu den eenigen
waren God.
De hijstellingen kunnen als verkorte bijvoeglijke zinnen
beschouwd worden.
VOORBEELDEN.
Het is mijne gewoonte niet, mijn woord niet te houden —
Sameiifrestelde volzin, bestaande uit een hoofdzin ea
een ondergeschikten verkorten ondei werpszin. ^
tletis mijne gewoonte niet — bep. ontk. enk. eigertschapszin y
hoofdzin, waarvan de verkorte
onderwerpszin het ware onder-
• werp uitmaakt,^ van welken hei
de aankondiger is.
mïjn woord niet ie houdefi, d. i.
dat ik mijn woord niet houd — bep. onlk. enkelv. eigen-
schapszin , onderwerpszin.